wetzoeker

Artikel 12.6 Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

De interpellatie

1 Ieder lid dat inlichtingen van een minister verlangt over een onderwerp, kan de Kamer verzoeken om hem toe te staan een interpellatie te houden. Het lid vermeldt hierbij de belangrijkste punten waarover hij bij de interpellatie vragen wil stellen.

2 Het verzoek wordt toegekend indien het wordt gesteund door ten minste dertig leden.

3 De Voorzitter bepaalt wanneer de interpellatie wordt gehouden.

4 De interpellant dient de vragen die hij zal stellen binnen een week schriftelijk in bij de Voorzitter. Deze zendt de vragen door aan de betrokken minister. Artikel 12.1, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

5 In afwijking van artikel 8.12 voert tijdens de interpellatie slechts de interpellant het woord in ten hoogste twee termijnen en de andere leden het woord in ten hoogste één termijn.

6 Indien bij een interpellatie zeer veel spoed is vereist en de minister aanwezig is, kan de Kamer besluiten dat een interpellatie meteen wordt gehouden. Het vierde lid is dan niet van toepassing, en de minister geeft meteen de gevraagde inlichtingen. Als dit niet mogelijk is, stelt de Kamer de verdere behandeling uit tot een later tijdstip.

Regeling
Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Afkortingen
RVOTK, RvO II
Soort
Reglement
Geldend vanaf
16-06-2026
BWB-id
BWBR0044975
Versie
2026-06-16_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl