wetzoeker

Artikel 3 Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021

Bepalingen met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde

1 Het college stelt de loonwaarde vast op basis van de feitelijke werkzaamheden op de werkplek van de werknemer bij de werkgever met inachtneming van het bij of krachtens deze paragraaf gestelde op grond van het rapport, bedoeld in het derde lid, onderdeel d, en met inbreng van de werknemer en de werkgever die voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan dan wel een dienstbetrekking is aangegaan met de werknemer.

2 De loonwaarde bedraagt de som van de arbeidsprestaties per hoofdtaak, bedoeld in artikel 5, rekenkundig afgerond op hele procenten.

3 De loonwaardedeskundige:

a. bepaalt de normfunctie overeenkomstig artikel 4;

b. stelt de arbeidsprestaties per hoofdtaak vast overeenkomstig artikel 5;

c. berekent de loonwaarde; en

d. legt de bevindingen, nadat de werknemer en de werkgever die een dienstbetrekking is aangegaan met de werknemer of dat voornemens is in staat zijn gesteld hun zienswijze kenbaar te maken, vast in een rapport dat voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen regels.

4 Het college draagt er zorg voor dat de loonwaardedeskundige aan de krachtens artikel 6 gestelde kwaliteitseisen voldoet en in voldoende mate onafhankelijk functioneert.

Regeling
Besluit loonkostensubsidie en minimumbedragen studietoeslag Participatiewet 2021
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0044894
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl