Bijlage 9 — Als gebieden, bedoeld in artikel 38, leden 2 en 3, worden aangewezen Regeling plantgezondheid
Als gebieden, bedoeld in artikel 38, leden 2 en 3, worden aangewezen
1. De aangewezen gebieden, opgenomen in de kaart in bijlage 4a.
2. Vroegrooigebied zuid
De teelt van aardappelen in het jaar t op een productielocatie, waarop zich in het jaar t – 1 géén en in het jaar t – 2 aardappelen bevonden en welke productielocatie is gelegen in het in de vorige alinea genoemde gebied is toegestaan, mits de aardappelen in het jaar t – 2 werden gerooid vóór 1 juli van het jaar waarin zij werden geteeld en de ondernemer tijdig vóór deze datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit;
3. Vroegrooigebied noord
De teelt van aardappelen in het jaar t op een productielocatie, waarop zich in het jaar t – 1 géén en in het jaar t – 2 aardappelen bevonden en welke productielocatie is gelegen in het in de vorige alinea genoemde gebied is toegestaan, mits de aardappelen in het jaar t – 2 werden gerooid vóór 10 juli van het jaar waarin zij werden geteeld en de ondernemer tijdig vóór deze datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
4. In afwijking van het gestelde onder onderdeel 3, is de teelt van aardappelen toegestaan op een productielocatie, waarop zich in het jaar t-1 aardappelen bevonden, mits:
a. De productielocatie is gelegen in het gebied ‘Opperdoes’ als aangewezen in onderstaande kaart
b. de aardappelen in het jaar t – 1 werden gerooid vóór 10 juli van dat jaar;
c. de ondernemer tijdig vóór de onder b bedoelde datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en
d. uit een door de ondernemer uitgevoerde bemonstering van de productielocatie, verricht op een wijze waarbij een haard van 100 aardappelcysteaaltjes per kilogram grond met een betrouwbaarheid van tenminste 90% kan worden vastgesteld, geen aanwezigheid van cysteaaltjes blijkt.
5. In afwijking van het gestelde onder onderdeel 3, is de teelt van aardappelen toegestaan op een productielocatie, waarop zich in het jaar t-1 aardappelen bevonden, mits:
a. De productielocatie is gelegen in het gebied ‘Langedijk’ als aangewezen in onderstaande kaart
b. de aardappelen in het jaar t – 1 werden gerooid vóór 10 juli van dat jaar;
c. de ondernemer tijdig vóór de onder b bedoelde datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en
d. uit een door de ondernemer uitgevoerde bemonstering van de productielocatie, verricht op een wijze waarbij een haard van 100 aardappelcysteaaltjes per kilogram grond met een betrouwbaarheid van tenminste 90% kan worden vastgesteld, geen aanwezigheid van cysteaaltjes blijkt.
6. In afwijking van het gestelde onder onderdeel 3 is de teelt van aardappelen in het jaar t toegestaan op een productielocatie, waarop zich in het jaar t – 1 géén en in het jaar t – 2 aardappelen bevonden, mits:
a. De productielocatie is gelegen in het gebied ‘Heerhugowaard/Geestmerambacht’ als aangewezen in onderstaande kaart
b. de aardappelen in het jaar t – 2 zijn gerooid vóór 20 juli van het jaar waarin zij werden geteeld en
c. de ondernemer tijdig vóór de onder b bedoelde datum het voornemen tot rooien schriftelijk kenbaar gemaakt heeft bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.
- Regeling
- Regeling plantgezondheid
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 24-06-2026
- BWB-id
- BWBR0044863
- Versie
- 2026-06-24_0