wetzoeker

Uitvoeringsregeling EU-zeehavenverordening

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, van 11 februari 2021, nr. IENW/BSK-2021/11012, houdende regels met betrekking tot de behandeling van klachten in het kader van de uitvoering van de EU-zeehavenverordening (Uitvoeringsregeling EU-zeehavenverordening)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2022
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Waterstaat
BWB-id
BWBR0044859
Versie
2022-01-01_0
SHA-256 bron
4c5ed4136eb1bdaa20a9139e3e2283a28d58793c6f31672add0f3c8bf7ebf181

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

Een klacht als bedoeld in artikel 7, eerste lid, tweede zin, van de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening wordt behandeld door:

a. de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, voor zover het een klacht betreft met betrekking tot arbeid verricht in, respectievelijk op, een zeeschip of binnenschip, met uitzondering van aanbouw, verbouwing, herstel of sloop dan wel onderhouds- of reinigingswerkzaamheden en hiermee verband houdende andere werkzaamheden aan deze schepen, alsmede met uitzondering van laden en lossen, tenzij deze arbeid wordt verricht door een werknemer die behoort tot de bemanning van een zeeschip of binnenschip;

b. de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid voor zover het de behandeling van overige klachten betreft.

Artikel 2

Met de behandeling van klachten zijn belast:

a. namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat: de ambtenaren van de Inspectie Leefomgeving en Transport; en

b. namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid: de ambtenaren van de Nederlandse Arbeidsinspectie.

Artikel 3

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling EU-zeehavenverordening.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de Uitvoeringswet EU-zeehavenverordening in werking treedt.