wetzoeker

Besluit mandaat en machtiging pgb-zorgbonus voor pgb-zorgverleners COVID-19

Besluit van de Minister voor Medische Zorg van 15 februari 2021, kenmerk 1825181-218196-MEVA, houdende verlening van mandaat en machtiging aan de Sociale verzekeringsbank (Besluit mandaat en machtiging pgb-zorgbonus voor pgb-zorgverleners COVID-19)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
27-07-2024
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0044850
Versie
2024-07-27_0
SHA-256 bron
543b863f8cb6869d0b190bba635b0ff03c3e40c0b2ea01cc3e7ea613ff01ca7a

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

b. mandaat: de bevoegdheid om in naam van de minister besluiten te nemen;

c. machtiging: de bevoegdheid om in naam van de minister handelingen te verrichten die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn;

d. Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in artikel 3 van de Wet structuur uitvoeringsorganisaties werk en inkomen;

e. voorzitter: de voorzitter van de Raad van Bestuur van de Sociale verzekeringsbank.

Artikel 2

Aan de voorzitter wordt mandaat verleend tot:

a. het nemen van besluiten als bedoeld in hoofdstuk 3, hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6A van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19;

b. het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld onder a, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt niet door hem in mandaat is genomen.

Artikel 3

Aan de voorzitter wordt machtiging verleend:

a. tot het verrichten van feitelijke handelingen en rechtshandelingen in verband met de uitvoering van hoofdstuk 3, hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6A van de Subsidieregeling bonus zorgprofessionals COVID-19;

b. ten aanzien van verweer- en beroepschriften in administratiefrechtelijke procedures, ten behoeve van het vertegenwoordigen van de minister in deze procedures en tot het afdoen van alle stukken en het verrichten van alle feitelijke handelingen die daarop betrekking hebben.

Artikel 4

1 De voorzitter kan ondermandaat en machtiging verlenen aan onder hem ressorterende functionarissen tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van zijn op grond van dit besluit toegekende bevoegdheden.

2 Besluiten tot verlening van ondermandaat en machtiging worden in afschrift gezonden aan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ten behoeve van het centraal register, bedoeld in artikel 17 van de Mandaatregeling VWS.

Artikel 5

Ondertekening van besluiten en stukken op grond van mandaat en machtiging vindt plaats op de volgende wijze:

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

namens deze,

(handtekening)

(naam)

(functie)

De Sociale verzekeringsbank

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 maart 2021.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit mandaat en machtiging pgb-zorgbonus voor pgb-zorgverleners COVID-19.