wetzoeker

Onderdeel 1.1 — Strafrechtelijke antecedenten Regeling kansspelen op afstand

Strafrechtelijke antecedenten

Onverminderd artikel 3.4, tweede lid, aanhef en onder d, van het besluit neemt de raad van bestuur bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van de vergunninghouder, van de personen die diens beleid bepalen of mede bepalen, van diens uiteindelijke belanghebbenden en van diens middellijke en onmiddellijke vermogensverschaffers, in aanmerking of betrokkene in Nederland of in het buitenland ter zake van de in onderdeel 1.2 bedoelde strafbare feiten:

a. bij vonnis onherroepelijk of niet-onherroepelijk is veroordeeld;

b. bij strafbeschikking als bedoeld in artikel 257a van het Wetboek van Strafvordering een straf of maatregel is opgelegd of een aanwijzing is gegeven;

c. een voorstel als bedoeld in artikel 74 van het Wetboek van Strafrecht ter voorkoming van strafvervolging is aangeboden;

d. op grond van artikel 167, tweede lid, of 242, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet of niet verder wordt vervolgd, of voorwaardelijk niet of niet verder wordt vervolgd;

e. blijkens door tot de berechting, vervolging of opsporing van strafbare feiten bevoegde personen opgemaakte gerechtelijke of strafvorderlijke documenten, processen-verbaal, rapporten of daarmee vergelijkbare documenten is aangemerkt als verdachte.

Regeling
Regeling kansspelen op afstand
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0044767
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl