wetzoeker

Artikel 2.2 Regeling kansspelen op afstand

De vergunning en de vergunninghouder

1 De vergunninghouder houdt iedere maand 10% van het bruto spelresultaat in over de weddenschappen die hij die maand heeft afgesloten op uitslagen van draf- of renwedstrijden die in Nederland zijn georganiseerd.

2 De vergunninghouder draagt het ingevolge het eerste lid ingehouden bedrag de daarop eerstvolgende maand af aan een door de Minister voor Rechtsbescherming aangewezen ontvanger.

3 De aangewezen ontvanger, bedoeld in het tweede lid, besteedt de met de afdracht ontvangen gelden uitsluitend aan:

a. het uitkeren van geldprijzen aan deelnemers van draf- of renwedstrijden die in Nederland worden georganiseerd;

b. het bevorderen van de fokkerij van paarden in Nederland; en

c. het tegengaan van manipulatie van draf- of renwedstrijden.

4 Aan de aanwijzing van de ontvanger worden voorschriften verbonden. Deze voorschriften hebben in ieder geval betrekking op de wijze waarop de ontvanger de ontvangen gelden besteedt aan de doeleinden, bedoeld in het derde lid, en de wijze waarop hij verantwoording hierover aflegt.

5 De aanwijzing kan worden ingetrokken, indien:

a. de ontvanger niet voldoet aan de bestedingseisen, bedoeld in het derde lid;

b. de ontvanger een aan de aanwijzing verbonden voorschrift heeft overtreden.

Regeling
Regeling kansspelen op afstand
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2026
BWB-id
BWBR0044767
Versie
2026-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl