wetzoeker

3.5 — Formulering en positionering eindtermen Besluit vaststellen (gewijzigde) Eindtermen accountantsopleidingen 2016

Formulering en positionering eindtermen

In hoofdstuk 4 zijn zowel de generieke eindtermen beschreven als de eindtermen per oriëntatie. De eindtermen zijn tevens beschikbaar in een afzonderlijke Excel-toepassing, zodat opleiders eenvoudig bewerkingen en sorteringen kunnen maken. Uitsluitend de eindtermen zoals die zijn gepubliceerd in de Staatscourant, gelden als eindtermen in de zin van de Wab.

De eindtermen in dit rapport worden als volgt gepresenteerd.

Nr. | Eindterm | Theorie | Praktijk

De startbekwame accountant is in staat om | CBoK | Oriëntatie | CBoP | Oriëntatie

De eindtermen zien op de startbekwame accountant. Iedere eindterm begint dan ook met de aanhef: “De startbekwame accountant is in staat om...”

Van alle eindtermen is aangegeven of en op welk niveau deze in het theorie- of praktijkdeel van de opleiding of in beide delen aan de orde moeten komen. Voor bepaalde eindtermen is door een letteraanduiding expliciet onderscheid gemaakt in de formulering van de betreffende eindterm voor het theoriedeel (a) respectievelijk het praktijkdeel (b) van de opleiding.

Als een eindterm betrekking heeft op de theorie dan dient die eindterm in het curriculum van de theoretische opleiding aan bod te komen. Van alle eindtermen in de theorieopleiding dient vastgesteld te worden, door middel van beoordeling en/of toetsing, dat een student aan die eindterm heeft voldaan. Voor de meeste eindtermen van de theorieopleiding geldt dat deze ook in de (beroeps)praktijk aan bod kunnen komen, maar niet al deze eindtermen hoeven in de praktijkopleiding getoetst te worden. Voor die eindtermen die van toepassing zijn voor de praktijkopleiding, dient wel vastgesteld te worden dat door studenten in de praktijk op het vereiste niveau aan deze eindtermen wordt voldaan. Voor een aantal eindtermen van de praktijkopleiding bestaat een aantal keuzemogelijkheden voor te selecteren eindtermen. Deze keuzemogelijkheden bestaan vanwege de grote diversiteit in de werkomgeving van trainees, waardoor niet elke trainee in staat is om alle gedefinieerde eindtermen van bepaalde vakgebieden te realiseren. Voor nadere uitleg wordt verwezen naar § 4.4 van dit rapport.

Conform het opleidingsmodel is ook aangegeven of de eindtermen behoren tot de ‘Common body of knowledge’ (CBoK) respectievelijk ‘Common body of practice’ (CBoP) en/of tot één of beide oriëntaties. Indien een eindterm tot de ‘Common body’ van de accountantsopleiding behoort dan is dit aangegeven door het vermelden van het gewenste beheersingsniveau (A, B of C) in die kolom. Op dezelfde wijze is aangegeven of en zo ja, op welk niveau een eindterm tot één of beide oriëntaties behoort. Indien het beheersingsniveau van een eindterm tussen haakjes is geplaatst, bijvoorbeeld (C) dan is de toepassing van die eindterm facultatief.

De ‘Common body’ vormt het gemeenschappelijke fundament van de accountantsopleidingen en omvat die eindtermen die relevant zijn voor alle accountants, ongeacht de opleidingsoriëntatie die wordt gekozen. Het concept van een voor de accountantsopleidingen kenmerkende gemeenschappelijke basis, vormt het uitgangspunt van het vigerende opleidingsmodel. Voor de eindtermen in de ‘Common body’ geldt dat deze dienstbaar zijn aan zowel de accountant die assurance-opdrachten uitvoert als de accountant die non-assurance-opdrachten uitvoert. Zo is bijvoorbeeld eindterm ICAIS-4 (beoordeling bestuurlijke informatieverzorging en administratieve processen) zowel relevant voor het kunnen inschatten van interne beheersingsrisico’s ten behoeve van het opstellen van een controleplan, als voor het kunnen adviseren over de inrichting van een adequaat systeem van interne beheersing.

Het is dus mogelijk dat:

• een eindterm alleen in de theorieopleiding of in de praktijkopleiding of zowel in de theorie- als praktijkopleiding van toepassing is;

• een eindterm alleen van toepassing is in de ‘Common body’, of alleen in een of beide oriëntaties of – op een verschillend niveau – zowel van toepassing is in de ‘Common body’ als een of beide oriëntaties;

• een eindterm in beide oriëntaties op een verschillend niveau moet worden beheerst;

4 Het gebruik van de term ‘respectievelijk’ in de beschrijving van een eindterm duidt op het verschil in beheersingsniveau tussen CBoK en/of oriëntatie(s).

• een eindterm facultatief is.

De onderverdeling naar ‘Common body’ en oriëntaties ziet nadrukkelijk niet op het onderscheid naar opleidingsfase (bachelor, master of postinitiële opleiding). Het is aan de opleiders zelf om te bepalen waar in de opleiding de eindtermen behandeld zullen worden.

Voor alle eindtermen geldt dat deze beschrijven wat een startbekwame accountant moet weten en kunnen (outputgericht). Ze zijn dan ook op een hoog abstractieniveau gedefinieerd, zodat opleiders de ruimte hebben om, binnen de opleidingsoriëntatie, een eigen profilering aan te brengen. Dat geldt ook voor de eindtermen die behoren tot de ‘Common body’ van de opleiding. Deze benadering betekent ook dat bij opleidingen de verantwoordelijkheid berust om eindtermen op een adequate wijze in het curriculum vorm te geven.

Voor de drie kernvakken zijn eindtermen geformuleerd die zien op de conceptuele vorming van accountants waarbij de nadruk ligt op kennis van en inzicht in theorieën en conceptuele modellen. Hierbij wordt veelvuldig voortgebouwd op kennis en vaardigheden die zijn verkregen in zowel de basis- als bedrijfseconomische vakgebieden.

Zoals in §2.4.2 aangegeven, lopen een drietal ‘streams’ (maatschappelijke rol accountant, IT en corporate governance), als een rode draad door de opleiding heen en zijn deze niet beperkt tot een vakgebied. Eindtermen die zien op deze ‘streams’ zijn bij de relevante vakgebieden opgenomen. In dit rapport is voor de overzichtelijkheid niet aangegeven welke eindtermen specifiek betrekking hebben op de ‘streams’. In het Exceloverzicht van de eindtermen is dit wel aangegeven en kan via een filter een overzicht worden gegenereerd van alle eindtermen die zien op de betreffende ‘streams’.

De eindtermen kennen geen (onderlinge) rangorde. De plaats van een eindterm zegt derhalve niets over het (relatieve) belang van de eindterm voor de opleiding. Het belang van een eindterm voor de opleiding is slechts af te leiden uit de formulering en het bijbehorende beheersingsniveau. Eindtermen verschillen onderling van karakter waardoor het bereiken van de ene eindterm meer studie-inspanning en/of werkervaring vraagt dan de andere, ook al is het beoogde beheersingsniveau hetzelfde. Zo is eindterm A&A-11.3 die ziet op de invloed van IT op de uitvoering van een jaarrekeningcontrole een veelomvattende eindterm, waarvoor de IT-kennis uit het vakgebied ICAIS uiterst relevant is.

Als een eindterm bij een bepaald vakgebied is opgenomen, betekent dit niet automatisch dat die eindterm in het curriculum bij dat vakgebied moet worden ondergebracht. Opleiders hebben dus de nodige vrijheid bij het inrichten van het curriculum, mits alle eindtermen op het beschreven niveau worden afgedekt.

Regeling
Besluit vaststellen (gewijzigde) Eindtermen accountantsopleidingen 2016
Soort
ZBO-regeling
Geldend vanaf
01-09-2021
BWB-id
BWBR0044758
Versie
2021-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl