wetzoeker

Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen

Wet van 14 januari 2021 tot wijziging van de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling, de Wet op het financieel toezicht, de Wet inkomstenbelasting 2001 en de Wet op de loonbelasting 1964 in verband met de introductie van de mogelijkheid om een deel van de waarde van de aanspraken op ouderdomspensioen of op periodieke uitkeringen van oudedagsvoorzieningen in de derde pijler op de ingangsdatum daarvan te laten afkopen, de tijdelijke versoepeling van de pseudo-eindheffing bij regelingen voor vervroegde uittreding en de uitbreiding van de fiscale ruimte voor het sparen van bovenwettelijk verlof (Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen)

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Pensioenrecht
Ministerie
Sociale Zaken en Werkgelegenheid
BWB-id
BWBR0044727
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
6a8a6142147dd49937dd651fab9ae5a42ba2a289e85fc56764bfff2e6d9d52cb

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (8)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII

Artikel I

Wijzigt de Pensioenwet.

Artikel II

Wijzigt de Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Artikel III

Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.

Artikel IV

Wijzigt de Wet inkomstenbelasting 2001.

Artikel V

Wijzigt de Wet op de loonbelasting 1964.

Artikel VI

1 Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën zenden binnen twee jaar na de inwerkingtreding van artikel I van deze wet, en vervolgens na drie jaar, aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van de artikelen I, II, III, IV en V, onderdeel C en F, van deze wet.

2 Onze Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Financiën zenden binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van artikel I van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten in de praktijk van artikel V, onderdeel A, van deze wet.

Artikel VII

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. In dat besluit kan worden bepaald dat artikel V, onderdelen A en D, van deze wet terugwerkt tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip. Bij toepassing van de tweede zin is het in artikel V, onderdeel D, opgenomen artikel 32ba, achtste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964 van overeenkomstige toepassing op de datum van inwerkingtreding.

Artikel VIII

Deze wet wordt aangehaald als: Wet bedrag ineens, RVU en verlofsparen.