wetzoeker

Instellingsbesluit Commissie Europese economie

Besluit van de Minister van Financiën en de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 5 januari 2021, (nr. 2020-00000251307), houdende instelling van de Commissie Europese economie

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
14-01-2021
Rechtsgebied
Ambtenarenrecht, Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0044702
Versie
2021-01-14_0
SHA-256 bron
6260f80e2b4d23dd1d2ad7f1d8758cec2a5edf9ef97db0bfd9e70916145d1221

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (12)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

De ministers: de Minister van Financiën en de Minister van Buitenlandse Zaken tezamen;

De commissie: de commissie, bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

1 Er is een commissie Europese economie.

2 De commissie heeft tot taak het verkennen en formuleren van opties voor een kabinetsinzet ten aanzien van de uitvoering van het Europees-financieel economisch beleid om de Europese economie als geheel stabieler, weerbaarder en veerkrachtiger te maken.

Artikel 3

1 De commissie bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zes andere leden.

2 De voorzitter en de andere leden hebben zitting op persoonlijke titel en oefenen hun functie uit zonder last of ruggespraak.

3 De voorzitter en de andere leden worden door de ministers benoemd.

Artikel 4

1 Voor de duur van de commissie worden tot lid van de commissie benoemd:

a. Prof. dr. R.M.W.J. Beetsma, tevens voorzitter;

b. Prof. dr. L.H. Hoogduin;

c. Prof. dr. C.E. de Vries;

d. Mr. drs. J.C. van Baalen;

e. Prof. dr. B.E. Baarsma;

f. Prof. dr. J.J. Graafland;

g. Drs G. J. Salden.

Artikel 5

1 De commissie wordt ingesteld met ingang van de dag van inwerkingtreding van dit besluit.

2 De commissie wordt na het opleveren van het eindrapport opgeheven.

Artikel 6

1 De ministers voorzien in een secretariaat dat de commissie ondersteunt. De medewerkers van het secretariaat zijn geen lid van de commissie.

2 Het secretariaat is voor de uitvoering van zijn taak uitsluitend verantwoording schuldig aan de voorzitter van de commissie.

Artikel 7

De commissie stelt haar eigen werkwijze vast.

Artikel 8

Aan de voorzitter en de leden Hoogduin, de Vries, van Baalen, Baarsma en Graafland wordt een vaste vergoeding per maand toegekend voor de periode vanaf de inwerkingtreding tot aan het uitbrengen van het eindrapport, waarbij het salaris wordt vastgesteld op schaal 18, trede 10, van paragraaf 6.3 van de CAO Rijk en de arbeidsduurfactor op 0,111. Het lid Salden ziet af van bezoldiging.

Artikel 9

De commissie brengt vóór 1 juli 2021 haar eindrapport uit aan de ministers. De commissie is bevoegd desgewenst een of meerdere tussenrapporten uit te brengen aan de ministers.

Artikel 10

De commissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan het archief van de Directie Buitenlandse Financiële Betrekkingen van het Ministerie van Financiën.

Artikel 11

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 12

Dit besluit wordt aangehaald als: Instellingsbesluit Commissie Europese economie.