wetzoeker

4.1 — Overdracht bijzondere voorwaarden (incl. v.i.) en taakstraffen binnen de EU (Kaderbesluit 947) Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis onder voorwaarden

Overdracht bijzondere voorwaarden (incl. v.i.) en taakstraffen binnen de EU (Kaderbesluit 947)

De tenuitvoerlegging van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijke sanctie kan binnen de Europese Unie (EU) worden overgedragen. Dit is geregeld in EU Kaderbesluit 947

25 Kaderbesluit 2008/947/JBZ van de Raad van 27 november 2008 inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning op vonnissen en proeftijdbeslissingen met het oog op het toezicht op proeftijdvoorwaarden en alternatieve straffen, https://www.ejn-crimjust.europa.eu/ejn/libdocumentproperties/EN/218, artt. 3:1 e.v. WETS.

. In Nederland is dit Kaderbesluit geïmplementeerd in de Wet Wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging strafvonnissen (WETS). Het IRC Noord-Holland, afdeling WETS-ETM is landelijk aangewezen als de Centrale Autoriteit (CA) voor de uitvoering van dit Kaderbesluit, alsmede Kaderbesluit 829 (zie § 4.2 hierna) en het Europees Beschermingsbevel Slachtoffers. Deze Europese regelingen zijn alle gebaseerd op het beginsel van wederzijdse erkenning, waardoor een beslissing een op een (dus zonder omzetting) overgenomen dient te worden.

Belangrijke voorwaarden voor overdracht zijn dat de veroordeelde voldoende binding heeft met het andere EU-land en dat het restant van de proeftijd meer dan zes maanden bedraagt.

Algemene voorwaarden kunnen op grond van dit Kaderbesluit niet overgedragen worden. De volgende bijzondere voorwaarden zijn in principe overdraagbaar (zie art. 3:2 WETS):

a. het gebod een bepaalde autoriteit in kennis te stellen van een verandering van woonplaats of van de plaats waar hij werkt;

b. het gebod zich op bepaalde tijdstippen bij een bepaalde instantie te melden;

c. het verbod bepaalde locaties, plaatsen of afgebakende gebieden te betreden;

d. de beperking van het recht om de uitvoerende lidstaat te verlaten;

e. het verbod contact te leggen of te laten leggen met bepaalde personen of instellingen;

f. het gebod contact te vermijden met bepaalde zaken die door de veroordeelde zijn gebruikt of kunnen worden gebruikt om een strafbaar feit te plegen;

g. het gebod de door het strafbare feit veroorzaakte schade te vergoeden of het bewijs te leveren dat aan die verplichting is voldaan;

h. het gebod samen te werken met de reclassering of met een maatschappelijke dienst die met verantwoordelijkheden jegens veroordeelden is belast;

i. het gebod een therapie of ontwenningskuur te ondergaan;

j. de verplichting een taakstraf te verrichten;

k. verplichtingen betreffende het gedrag, de woonplaats, opleiding, de vrijetijdsbesteding, dan wel verplichtingen die beperkingen op of voorwaarden inzake de beroepsuitoefening inhouden.

Er dient per zaak bekeken te worden of overdracht daadwerkelijk mogelijk is. Het CJIB/AICE verricht de eerste persoonsgerichte beoordeling en selecteert zaken voor overdracht. Het CJIB/AICE stuurt de geselecteerde zaken door aan de afdeling WETS-ETM, onderdeel van het IRC Noord-Holland, voor beoordeling van de overdracht. Als de afdeling WETS-ETM van oordeel is dat dit opportuun is, verzorgt de afdeling WETS-ETM de WETS-procedure. Het lokale parket wordt door de afdeling WETS-ETM benaderd voor het invullen van het benodigde certificaat. Als de afdeling WETS-ETM van oordeel is dat overdracht niet opportuun is of de overdracht is mislukt zal het CJIB/AICE de reguliere tenuitvoerlegging starten of voortzetten.

Regeling
Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis onder voorwaarden
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2021
BWB-id
BWBR0044666
Versie
2021-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl