wetzoeker

1.2 — Algemene voorwaarden Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis onder voorwaarden

Algemene voorwaarden

Bij de voorwaardelijke straf geldt de volgende algemene voorwaarde: de veroordeelde maakt zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig aan een strafbaar feit;

Bij een schorsing onder voorwaarden wordt steeds opgenomen:

1° dat de verdachte, indien de opheffing der schorsing mocht worden bevolen, zich aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis niet zal onttrekken;

2° dat de verdachte, ingeval hij wegens het feit, waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen, tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zich aan de tenuitvoerlegging daarvan niet zal onttrekken;

3° dat de verdachte, voor zover aan de schorsing voorwaarden zijn verbonden betreffende het gedrag van de verdachte, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

6 Zie art. 80 Sv.

Regeling
Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis onder voorwaarden
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2021
BWB-id
BWBR0044666
Versie
2021-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl