wetzoeker

7 — Gratie Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging

Gratie

Verzoeken om gratie worden namens de minister behandeld en gecoördineerd door Justis.

Gratieverzoek

Het OM heeft formeel de mogelijkheid om ambtshalve een verzoekschrift om gratie in te dienen. De instemming van betrokkene is daarvoor niet vereist (art. 6:7:5 Sv). Gelet op de gewijzigde verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging zal het OM het initiatief voor gratie veelal aan de veroordeelde of de minister laten en van deze mogelijkheid slechts in uitzonderlijke situaties gebruik maken.

Advies over gratie

De minister vraagt het OM om advies over een gratieverzoek (hierna: gratie-advies) in zaken:

– die door een meervoudige kamer zijn afgedaan;

– waarin eerder een advies (als bedoeld in artikel 6:1:10 Sv) is uitgebracht of

– waaraan voor de inwerkingtreding van de wet USB de executie-indicator is toegekend.

24 Op basis van ketenafspraken.

Ten behoeve van de advisering ontvangt het OM het verzoekschrift en het verslag van bevindingen van de minister. Dit verslag bevat de door de minister ingewonnen informatie (art. 5, tweede lid Gratiewet), zoals in voorkomende gevallen de zienswijze van veroordeelde, slachtoffers en/of betrokken uitvoeringsorganisatie.

Het OM zendt zijn advies en de ontvangen stukken aan het aangewezen gerecht (art. 5, vierde lid, Gratiewet). Indien het OM geen aanleiding ziet een advies over gratie uit te brengen, zendt het de zaak met die mededeling door naar het aangewezen gerecht.

Overig

De minister is bevoegd de tenuitvoerlegging van geldboeten waarvoor geen gratie kan worden verleend te beëindigen indien hij van oordeel is dat met de voortzetting daarvan geen redelijk doel wordt gediend (art. 6:1:11 Sv). De minister bepaalt of de uitvoering van de straf wordt opgeschort na een gratieverzoek. Het OM heeft hierin geen rol.

Indien bij de verlening van gratie voorwaarden worden gesteld, is het OM formeel belast met het toezicht op de naleving (art.6:3:14, eerste lid, sub a, onder 7 Sv). Hiervoor geldt de hiervoor (in hoofdstuk 5) beschreven verantwoordelijkheidsverdeling. De opdracht tot het feitelijke toezicht wordt gegeven door de minister. Overtredingen van de voorwaarden worden door de feitelijk toezichthouder gemeld bij het OM en de minister. Het is niet aan het OM om naar aanleiding van een overtreding een vervolgbeslissing over de gratie te nemen. De minister (Justis) kan aanleiding zien om het besluit waarbij gratie is verleend te herroepen. De veroordeelde wordt zo mogelijk gehoord door de minister.

25 Op basis van ketenafspraken.

Regeling
Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2021
BWB-id
BWBR0044656
Versie
2021-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl