wetzoeker

5.4 — Taakstraffen Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging

Taakstraffen

Voor de tenuitvoerlegging van taakstraffen gelden de volgende bijzonderheden.

De termijnen waarbinnen een taakstraf moet worden voltooid staan vast (artt. 6:3:1 en 6:3:8 Sv). Het is niet mogelijk voor het OM om de termijn te verlengen.

Het OM heeft op grond van art. 6:3:2 Sv de bevoegdheid om de opgelegde straf te wijzigen voor wat betreft de aard van de te verrichten werkzaamheden indien de veroordeelde de taakstraf niet geheel overeenkomstig de opgelegde straf kan of heeft kunnen verrichten. Hiervan kan onder meer sprake zijn indien een specifieke taakstraf niet beschikbaar is of anderszins niet haalbaar blijkt. In een dergelijke situatie kan de reclassering of de Raad voor de Kinderbescherming het OM adviseren over een andere invulling van de straf, waarbij de afwijking van de oorspronkelijk opgelegde taakstraf zo beperkt mogelijk blijft.

Indien de tenuitvoerlegging van de taakstraf opgelegd bij vonnis/arrest is mislukt, beoordeelt het OM op basis van het via het CJIB ontvangen verzoek vervolgbeslissing van de Reclassering of de vervangende hechtenis wordt geëxecuteerd. Hiervoor geldt dat sprake moet zijn van verwijtbaarheid; de mislukking voor een belangrijk deel te wijten is aan de taakgestrafte. Medische of psychische onmogelijkheid om een taakstraf (geheel) uit te kunnen voeren staat alleen dan aan omzetting in de weg wanneer deze toestand door de taakgestrafte evident wordt aangetoond bij de toezichthouder. Indien aangetoond zal een verzoek vervolgbeslissing doorgaans achterwege blijven. Bij het besluit tot omzetting stelt het OM tevens het aantal dagen vervangende hechtenis vast. De minister (CJIB) is verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis.

Biedt de rechter na het indienen van een bezwaarschrift tegen het bevel vervangende hechtenis een herkansing aan de veroordeelde, dan bepaalt hij het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht en daarbij een nieuwe termijn (6:6:23 Sv). Het CJIB bewaakt deze termijn. Over de tenuitvoerlegging van de herkansing ontvangt het OM opnieuw een afloopbericht.

Het is aan de minister (CJIB) om te besluiten of hij de tenuitvoerlegging opschort naar aanleiding van een door betrokkene ingesteld bezwaar tegen de omzetting van de taakstraf. Eventuele opschortingsverzoeken die het OM ontvangt worden doorgestuurd naar het CJIB/AICE. Het aanhouden van de behandeling van bezwaarschriften – om de veroordeelde alsnog een kans te bieden de taakstraf uit te voeren – moet zoveel als mogelijk worden tegengegaan.

Regeling
Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2021
BWB-id
BWBR0044656
Versie
2021-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl