wetzoeker

5.1 — Algemeen: verantwoordelijkheidsverdeling Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging

Algemeen: verantwoordelijkheidsverdeling

Het OM is belast met het toezicht op de naleving van voorwaarden zoals die zijn gesteld bij alle voorwaardelijke straffen en de naleving van vrijheidsbeperkende maatregelen (art. 6:3:14 Sv). Dat geldt ook voor de voorwaarden die worden gesteld bij een voorwaardelijke invrijheidstelling. Deze verantwoordelijkheid hangt nauw samen met het op zaaksniveau nemen van vervolgbeslissingen bij het overtreden van die voorwaarden.

De minister heeft de algehele verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het toezicht alsmede het beleid over toezicht. Om deze verantwoordelijkheid te kunnen dragen is de minister bevoegd algemene en bijzondere lasten te geven aan degene aan wie de feitelijke tenuitvoerlegging is opgedragen, net zoals het OM die lasten kan geven aan personen of instanties.

Het CJIB/AICE verstrekt namens de minister lasten aan de toezichthouder, bewaakt de voortgang en zendt het verzoek vervolgbeslissing aan het OM.

De toezichthouder geeft zelfstandig uitvoering aan de last en beoordeelt aan de hand van de geldende kaders of er redenen zijn om het OM te adviseren een verzoek vervolgbeslissing in te dienen.

15 Het kader volgt uit het Besluit, de Ministeriële Regeling, de beleidsregel USB (van de minister) en de beleidsregels van het OM.

Het OM heeft de mogelijkheid om in individuele gevallen waarbij een (mogelijke) schending aan de orde is direct contact te onderhouden met de feitelijke toezichthouder tijdens de uitvoering van een vrijheidsbeperkende maatregel of voorwaarde. Vanuit toezichthouders zal contact doorgaans via het CJIB/AICE lopen. In een beperkt aantal situaties kan het OM rechtstreeks benaderd worden. Dit is het geval bij tbs/PIJ-, CTER-zaken

16 Contra-Terrorisme, Extremisme en Radicalisering

en spoedeisende kwesties. Onder spoedeisend wordt verstaan: zaken waarbij het noodzakelijk wordt geacht dat de officier binnen 24 uur een beslissing neemt (bijv. over aanhouding).

De Raad voor de Kinderbescherming heeft tot taak toezicht te houden op de uitvoering van reclasseringswerkzaamheden met betrekking tot jeugdigen (artikel 6:1:25 Sv).

Regeling
Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2021
BWB-id
BWBR0044656
Versie
2021-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl