wetzoeker

4 — Ingrijpen in individuele gevallen Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging

Ingrijpen in individuele gevallen

In het nieuwe executiebestel is de minister primair verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging. In beginsel bepaalt hij het moment en de wijze waarop straffen en maatregelen ten uitvoer worden gelegd. Het is dan ook aan de minister om de uitvoering in individuele gevallen te herzien, indien hij daartoe signalen ontvangt (bijv. vanuit de strafrechtsketen). Het OM kan evenwel in een beperkt aantal gevallen de tenuitvoerlegging dwingend en direct beïnvloeden (‘ingrijpen in de executie’). Gelet op het uitgangspunt dat opgelegde straffen en maatregelen daadwerkelijk, voortvarend en eenduidig ten uitvoer worden gelegd, moet de executie zo min mogelijk in individuele gevallen worden doorkruist. Algemeen uitgangspunt is dat ‘ingrijpen’ beperkt blijft tot die gevallen waarin het OM vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde (art. 124 Wet RO) een dringende noodzaak ziet voor afwijking van de voorziene wijze van tenuitvoerlegging. Bij ingrijpen wordt onderscheid gemaakt tussen inhoudelijk en procedureel ingrijpen.

Regeling
Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2021
BWB-id
BWBR0044656
Versie
2021-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl