wetzoeker

1 — Achtergrond Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging

Achtergrond

Het sluitstuk van de strafrechtsketen wordt gevormd door de tenuitvoerlegging van de door de rechter opgelegde straffen en maatregelen of door of namens de officier van justitie getroffen schikkingen en uitgevaardigde strafbeschikkingen. Met ingang van 1 januari 2020 is de formele verantwoordelijkheid voor de tenuitvoerlegging neergelegd bij de minister van Justitie en Veiligheid (hierna: minister).

1 Art. 6:1:1 jo 127a Sv.

Bij het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) is onder verantwoordelijkheid van de minister een administratie- en informatiecentrum voor de executieketen (AICE) ingericht dat de operationele regie op de tenuitvoerlegging voert en er zorg voor draagt dat de organisaties die betrokken zijn bij de feitelijke tenuitvoerlegging kunnen beschikken over de benodigde gegevens.

2 Zoals die gegevens bekend zijn bij het CJIB.

Het CJIB/AICE zorgt ervoor dat deze organisaties – zoals het CJIB, de Dienst Justitiële Inrichtingen, de Justitiële informatiedienst, Raad voor de Kinderbescherming, de reclassering en de politie – tijdig vernemen dat een bepaalde beslissing ten uitvoer moet worden gelegd. Het CJIB/AICE geeft namens de minister een last tot tenuitvoerlegging of aanhouding (artt. 6:1:4 tot en met 6:1:6 Sv).

Het OM is in het nieuwe executiebestel verantwoordelijk voor de verstrekking aan de minister van voor tenuitvoerlegging vatbare strafrechtelijke beslissingen (art. 6:1:1 Sv). Het OM kan bij de overdracht van de beslissing de minister adviseren over de wijze van tenuitvoerlegging en de beslissingen die in dat kader genomen moeten worden (art. 6:1:10 Sv). Daarnaast houdt het OM binnen de tenuitvoerlegging enkele magistratelijke verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Het OM blijft verantwoordelijk voor het aanbrengen van zaken waarin de strafrechter een beslissing over de tenuitvoerlegging moet nemen. Dat betreft vervolgbeslissingen maar ook vrijheidsbenemend dwangmiddelen en (bijzondere) opsporingsbevoegdheden ten behoeve van de tenuitvoerlegging. In individuele gevallen kan het OM de tenuitvoerlegging dwingend beïnvloeden. Dat kan een versnelling of vertraging van de uitvoering inhouden maar in bijzondere gevallen ook het wijzigen van de inhoud van de te executeren strafbeschikking. Voorts blijft het OM onder andere verantwoordelijk voor het stellen van bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke invrijheidstelling en is het belast met het toezicht op de naleving van vrijheidsbeperkende straffen en maatregelen, in verband met vervolgbeslissingen. Verder blijft de verantwoordelijkheid voor het informeren van slachtoffers en nabestaanden over het verloop van de zaak bij het OM.

Reikwijdte

Deze aanwijzing geeft een algemeen kader en algemene regels voor de uitoefening van de executietaken van het OM. Specifieke of bijzondere onderwerpen zijn in afzonderlijke aanwijzingen (nader) geregeld. Waar dat aan de orde is, is een verwijzing naar die aanwijzingen opgenomen.

De aanwijzing is tevens van toepassing op minderjarigen, tenzij anders is bepaald of tenzij dit uit de context van de aanwijzing voortvloeit. Waar gesproken wordt over vrijheidsstraf dient mede te worden verstaan jeugddetentie en waar gesproken wordt over vervangende hechtenis dient mede te worden verstaan vervangende jeugddetentie, tenzij anders is bepaald of tenzij dit uit de context van de aanwijzing voortvloeit.

Regeling
Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2021
BWB-id
BWBR0044656
Versie
2021-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl