wetzoeker

II — bij artikel 43 Regeling CO2-heffing industrie

bij artikel 43

Minimale inhoud van het verslag over het aantal dispensatierechten voor alle industriële installaties

1) Gegevens ter identificatie van de industriële installatie: de naam en, indien van toepassing, het nummer van de emissiehandelsvergunning van de installatie.

2) Het rapportagejaar.

3) Voor elke productbenchmark-subinstallatie:

a) het actueel activiteitsniveau uitgedrukt in de eenheid behorende bij die productbenchmark;

b) voor productbenchmarks met uitwisselbaarheid van elektriciteit en brandstof: de correctiefactor voor het relevante elektriciteitsverbruik in de subinstallatie, berekend over de periode 2014-2018 in overeenstemming met artikel 22 van de Verordening kosteloze toewijzing van emissierechten;

c) de hoeveelheid netto meetbare warmte die wordt ingevoerd vanuit salpeterzuur-subinstallaties, uitgedrukt in TJ;

d) de hoeveelheid warmte die wordt ingevoerd vanuit niet in het EU-ETS opgenomen installaties, uitgedrukt in TJ.

4) Voor de productbenchmark-subinstallaties stoomkraken en vinylchloride: de factoren voor de berekening van het aantal dispensatierechten als bedoeld in artikel 32.

5) Voor de warmtebenchmark-subinstallaties:

a) de aan de warmtebenchmark-subinstallaties toegekende en bij elkaar opgetelde netto hoeveelheid meetbare warmte, uitgedrukt in TJ;

b) de aan de warmtebenchmark-subinstallaties toegekende en bij elkaar opgetelde netto hoeveelheid meetbare warmte in de referentieperiode, uitgedrukt in TJ;

c) de netto hoeveelheid warmte opgewekt uit elektriciteit, uitgedrukt in TJ;

d) de netto hoeveelheid warmte opgewekt uit elektriciteit in de referentieperiode, uitgedrukt in TJ;

e) het historisch warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie, uitgedrukt in TJ;

f) het actueel warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie, uitgedrukt in TJ;

g) indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat de daling van het actueel warmtegerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie van meer dan 15 procent het resultaat is van een toename van de energie-efficiëntie.

5a) Voor de productbenchmark-subinstallaties cokes en vloeibaar ijzer: de totale hoeveelheid naar een andere ETS-installatie uitgevoerde restgassen ten behoeve van de productie van meetbare warmte, niet-meetbare warmte of elektriciteit uitgedrukt in TJ en de gewogen gemiddelde emissiefactor van deze restgassen, uitgedrukt in tCO2 per TJ.

6) Voor de brandstofbenchmark-subinstallaties:

a) het actueel brandstof gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in TJ;

b) het historisch brandstof gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in TJ;

c) indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van het actueel brandstof gerelateerd activiteitsniveau CO2-heffing industrie het resultaat is van een toename van de energie-efficiëntie.

7) Voor procesemissie subinstallaties:

a) het actueel procesemissie gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in tCO2(e);

b) het historisch procesemissie gerelateerd activiteitsniveau, uitgedrukt in tCO2(e);

c) de hoeveelheid overgedragen CO2 overeenkomstig artikel 49 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel;

d) indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van het procesemissie gerelateerd activiteitenniveau het resultaat is van een daling van de emissies per productie-eenheid.

8) Voor broeikasgasinstallaties voor de verbranding van stedelijk afval en lachgasinstallaties:

a) De totale emissies, uitgedrukt in tCO2(e);

b) tot en met verslagperiode 2024 het rekenkundig gemiddelde van de historische emissies in de referentieperiode, uitgedrukt in tCO2(e), en vanaf verslagperiode 2025 de mediaan van de historische emissies in de referentieperiode, uitgedrukt in tCO2(e);

c) de hoeveelheid overgedragen CO2 overeenkomstig artikel 49 van de Verordening monitoring en rapportage emissiehandel, uitgedrukt in ton CO2(e);

d) indien van toepassing: gegevens waarmee wordt aangetoond dat een daling van meer dan 15 procent van de emissies het resultaat is van een daling van de emissies per productie-eenheid.

8a) De totale hoeveelheid restgassen ten behoeve van de productie van meetbare warmte, niet meetbare warmte of elektriciteit, afkomstig van een productbenchmark-subinstallatie voor cokes of vloeibaar ijzer, die zijn ingevoerd vanuit een andere ETS-installatie uitgedrukt in TJ en de gewogen gemiddelde emissiefactor van deze restgassen, uitgedrukt in tCO2 per TJ.

9) Een berekening van het aantal dispensatierechten overeenkomstig deze regeling.

Regeling
Regeling CO2-heffing industrie
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0044637
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl