wetzoeker

2.4.1 — Het publiekrechtelijke lichaam als ondernemer Omzetbelasting, omzetbelasting en compensatie van omzetbelasting bij publiekrechtelijke lichamen

Het publiekrechtelijke lichaam als ondernemer

De hoedanigheid waarin een publiekrechtelijk lichaam optreedt, is ook van belang voor de aftrek van omzetbelasting. Alleen als een publiekrechtelijk lichaam optreedt als ondernemer en belaste handelingen verricht, heeft dat lichaam in zoverre recht op aftrek van de haar in rekening gebrachte omzetbelasting (zie artikel 15 van de Wet OB).

Het is mogelijk dat een gemeente bij de aanschaf van een investeringsgoed heeft gehandeld als ondernemer en het investeringsgoed naar zijn aard voor zowel ondernemershandelingen als voor niet-ondernemershandelingen gebruikt kan worden. In dat geval wordt het recht op aftrek van de aan deze goederen toe te rekenen omzetbelasting bepaald door toepassing van de gebruikelijke aftrekregels. De gemeente heeft dan recht op aftrek voor zover het goed wordt gebruikt voor belaste ondernemershandelingen. Bij wijziging van het gebruik – binnen de herzieningstermijn – voor enerzijds belaste ondernemershandelingen en anderzijds niet-ondernemershandelingen (niet-economische handelingen en overheidshandelingen) is herziening van de omzetbelasting aan de orde, net als bij een wijziging tussen belaste en vrijgestelde handelingen.

12 HR 20 september 2019, nr. 17/04489, ECLI:NL:HR:2019:1399, r.o. 2.3.4, en HvJ 25 juli 2018, zaak C-140/17 (Gmina Ryjewo) ECLI:EU:C:2018:595, r.o. 53 t/m 55.

Een publiekrechtelijk lichaam kan goederen en diensten aanschaffen en die goederen en diensten zowel voor belaste als vrijgestelde handelingen gebruiken. In die situatie komt van de omzetbelasting alleen het deel voor aftrek in aanmerking dat kan worden toegerekend aan de belaste handelingen (zie artikel 15 van de Wet OB en de artikelen 11 en 12 van de Beschikking OB). Gaat het om investeringsgoederen dan wordt het gebruik van die goederen gedurende een aantal jaren gevolgd. Voor roerende zaken is dat 4 jaren en voor onroerende zaken 9 jaren, te rekenen vanaf het einde van het boekjaar waarin de zaak in gebruik is genomen. De ondernemer moet de in aftrek gebrachte omzetbelasting herzien als het gebruik voor belaste en vrijgestelde handelingen verandering ondergaat (zie de artikelen 12, 13 en 13a, van de Beschikking OB).

Regeling
Omzetbelasting, omzetbelasting en compensatie van omzetbelasting bij publiekrechtelijke lichamen
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
31-12-2020
BWB-id
BWBR0044602
Versie
2020-12-31_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl