2.2.2 — Het publiekrechtelijke lichaam als ondernemer Omzetbelasting, omzetbelasting en compensatie van omzetbelasting bij publiekrechtelijke lichamen
Het publiekrechtelijke lichaam als ondernemer
Een publiekrechtelijk lichaam treedt op als ondernemer als dat lichaam een bedrijf uitoefent of een vermogensbestanddeel exploiteert om er duurzaam opbrengst uit te verkrijgen (zie artikel 7, eerste en tweede lid, van de Wet OB).
Door de ruime formulering van het begrip ‘bedrijf’ is al snel sprake van ondernemerschap. Voorbeelden van ondernemershandelingen van publiekrechtelijke lichamen zijn:
– het uitlenen van boeken en dergelijke door een gemeentelijke bibliotheek;
– het leveren van bouwterrein door een gemeente;
– het door een publiekrechtelijk lichaam aanleggen of onderhouden van infrastructurele voorzieningen die in eigendom toebehoren aan bijvoorbeeld een ander publiekrechtelijk lichaam;
– het ophalen van bedrijfsafval;
– het ophalen van huisvuil in andere gemeenten;
– het verkopen van bouwrechten (ook wel bouwtitels genoemd) door een gemeente in het kader van de zogenoemde ‘ruimte voor ruimte’ regeling.
Daarnaast merkt artikel 3 van de Beschikking OB publiekrechtelijke lichamen aan als ondernemer met betrekking tot het geven van gelegenheid tot parkeren waarbij een fysieke barrière ter verzekering van de betaling van het parkeergeld dient. Het gaat hierbij vooral om parkeerterreinen en parkeergarages die voorzien zijn van slagbomen. Artikel 3 van de Beschikking OB betekent dat publiekrechtelijke lichamen hierover ook omzetbelasting moeten voldoen als gebruik gemaakt wordt van overheidsprerogatieven zoals de mogelijkheid van het kunnen beboeten van de overschrijding van de parkeertijd.
Publiekrechtelijke lichamen worden op grond van artikel 13, eerste lid, tweede alinea, van de btw-richtlijn ook als ondernemer aangemerkt als een behandeling als niet-belastingplichtige (als overheid) tot een verstoring van de mededinging van enige betekenis zou leiden. De verstoring van de mededinging van enige betekenis moet volgens het HvJ worden beoordeeld met betrekking tot de werkzaamheden als zodanig. Genoemd artikel ziet volgens het HvJ niet alleen op daadwerkelijke concurrentie, maar ook op potentiële concurrentie, voor zover de mogelijkheid dat een particuliere marktdeelnemer werkzaam wordt op de relevante markt, reëel en niet zuiver hypothetisch is. De daadwerkelijke of potentiële concurrentie moet ook van meer dan onbeduidende omvang zijn
9 HvJ 16 september 2008, zaak C-288/07 (Isle of Wight Council), ECLI:EU:C:2008:505.
.
Publiekrechtelijke lichamen die ook als ondernemer handelingen verrichten (bijvoorbeeld in het kader van het grondbedrijf) zijn belastingplichtig voor het tegen vergoeding verrichten van leveringen. Dit geldt ook voor een incidentele levering, dat wil zeggen de levering van een zaak die het lichaam gewoonlijk niet levert. Publiekrechtelijke lichamen zijn niet belastingplichtig als:
– de levering moet worden aangemerkt als overheidshandelen, of
– het gaat om een levering van een zaak die het lichaam heeft aangeschaft en (uitsluitend) gebruikt voor het verrichten van andere activiteiten dan economische activiteiten (waaronder begrepen handelingen of werkzaamheden verricht als overheid)
10 Zie HR 10 oktober 2008, nr. 41.570 (levering containers), ECLI:NL:HR:2008:BF7176.
.
Het is mogelijk dat een gemeente investeringsgoederen aanschaft als ondernemer (artikel 7, eerste en derde lid, van de Wet OB 1968). De beoordeling of een gemeente bij de verwerving van een investeringsgoed handelt als ondernemer moet plaatsvinden in het licht van alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard van het betrokken goed, het voornemen om economische activiteiten te verrichten, het tijdsverloop tussen de verwerving van het goed en het gebruik daarvan voor economische activiteiten, en de inzet van overheidsprerogatieven. Dit onderzoek moet worden uitgevoerd op basis van een ruime uitleg van het begrip ‘verwerving als belastingplichtige’.
11 HR 20 september 2019, nr. 17/04489, ECLI:NL:HR:2019:1399, r.o. 2.3.4, en HvJ 25 juli 2018, zaak C-140/17 (Gmina Ryjewo) ECLI:EU:C:2018:595, r.o. 53 t/m 55.
- Regeling
- Omzetbelasting, omzetbelasting en compensatie van omzetbelasting bij publiekrechtelijke lichamen
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 31-12-2020
- BWB-id
- BWBR0044602
- Versie
- 2020-12-31_0