wetzoeker

Regeling onbemande luchtvaartuigen

Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat, van 21 december 2020, nr. IENW/BSK-2020/247616, houdende de vaststelling van regels met betrekking tot onbemande luchtvaartuigen (Regeling onbemande luchtvaartuigen)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Waterstaat
BWB-id
BWBR0044598
Versie
2026-01-01_0
SHA-256 bron
7c04ee4ced7b1a3cf7076151e8ed499b5db2953948d60bfeed1be5ee57d03b15

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (18)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Bijlage — behorend bij artikel 8 van de Regeling onbemande luchtvaartuigen

Hoofdstuk 1 — Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

onbemand luchtvaartuig: onbemand luchtvaartuig als bedoeld in artikel 3, onderdeel 30, van de basisverordening;

open categorie: ‘open’ categorie als bedoeld in artikel 4 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947;

subcategorie A1: subcategorie A1 als bedoeld in artikel UAS.OPEN.020 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947;

subcategorie A2: subcategorie A2 als bedoeld in artikel UAS.OPEN.030 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947;

subcategorie A3: subcategorie A3 als bedoeld in artikel UAS.OPEN.040 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947;

uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947: Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152).

Hoofdstuk 1 — Algemeen

Artikel 2

Als onbemande luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 5.7, derde lid, van de Wet luchtvaart, worden onbemande luchtvaartuigen als bedoeld in artikel 3, onderdeel 30, van de basisverordening aangewezen.

Hoofdstuk 2 — Luchtverkeersregels › § 1 — Vrijstelling maximale vlieghoogte

Artikel 3

De minimumvlieghoogtes voor VFR-verkeer, bedoeld in paragraaf SERA.5005 van verordening (EU) nr. 923/2012, zijn niet van toepassing op vluchten met een onbemand luchtvaartuig.

Hoofdstuk 2 — Luchtverkeersregels › § 2 — Vluchten in de open categorie

Artikel 4

Deze paragraaf is van toepassing op vluchten die worden uitgevoerd met een onbemand luchtvaartuig in de open categorie.

Hoofdstuk 2 — Luchtverkeersregels › § 2 — Vluchten in de open categorie

Artikel 5

1 Het is verboden een vlucht uit te voeren hoger dan 120 meter boven het dichtstbijzijnde punt van het aardoppervlak.

2 In afwijking van het eerste lid kan, wanneer de vlucht wordt uitgevoerd binnen een horizontale afstand van 50 meter van een meer dan 105 meter hoog kunstmatig obstakel, met toestemming van de beheerder die verantwoordelijk is voor het obstakel, de maximum vlieghoogte worden verhoogd tot 15 meter boven de hoogte van het obstakel.

Hoofdstuk 2 — Luchtverkeersregels › § 2 — Vluchten in de open categorie

Artikel 6

1 Het is verboden een vlucht uit te voeren binnen een afstand horizontaal van in gebruik zijnde autosnelwegen, in gebruik zijnde autowegen of in gebruik zijnde wegen waar een maximale snelheid van 80 kilometer per uur geldt:

a. van 50 meter, indien de vlucht wordt uitgevoerd in de subcategorieën A1 of A2; en

b. van 150 meter, indien de vlucht wordt uitgevoerd in de subcategorie A3.

2 Het is verboden een vlucht uit te voeren binnen een afstand horizontaal van spoorlijnen:

a. van 25 meter, indien de vlucht wordt uitgevoerd in de subcategorieën A1 of A2; en

b. van 150 meter, indien de vlucht wordt uitgevoerd in de subcategorie A3.

Hoofdstuk 2 — Luchtverkeersregels › § 2 — Vluchten in de open categorie

Artikel 7

1 Het is verboden met een onbemand luchtvaartuig een vlucht uit te voeren in de Schiphol CTR, Maastricht CTR, Lelystad CTR 1 en Lelystad CTR 2, Eelde CTR, Rotterdam CTR en het boven Nederlands grondgebied gelegen deel van de Niederrhein CTR, bedoeld in artikel 5 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening.

2 Het is verboden met een onbemand luchtvaartuig een vlucht uit te voeren in de Eindhoven CTR, Gilze-Rijen CTR, Leeuwarden CTR, Volkel CTR, Woensdrecht CTR, Deelen CTR, de Peel CTR, de Kooy CTR en het boven Nederlands grondgebied gelegen deel van de Kleine-Brogel CTR, bedoeld in artikel 5 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening.

Hoofdstuk 2 — Luchtverkeersregels › § 2 — Vluchten in de open categorie

Artikel 8

Het is verboden met een onbemand luchtvaartuig een vlucht uit te voeren binnen een horizontale afstand van 150 meter van objecten of gebieden die onderdeel uitmaken van het transmissiesysteem voor elektriciteit, bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet.

Hoofdstuk 3 — Inschrijvingen register

Artikel 9

Een inschrijving in het register, bedoeld in artikel 14 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947, is geldig voor de duur van een jaar, waarna herschrijving kan plaatsvinden.

Hoofdstuk 4 — Wijziging andere regelgeving

Artikel 10

Wijzigt de Regeling modelvliegen.

Hoofdstuk 4 — Wijziging andere regelgeving

Artikel 11

Wijzigt de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen.

Hoofdstuk 4 — Wijziging andere regelgeving

Artikel 12

Wijzigt de Regeling opleidingsinstellingen voor luchtvarenden 2001.

Hoofdstuk 4 — Wijziging andere regelgeving

Artikel 13

Wijzigt de Regeling tarieven luchtvaart 2008.

Hoofdstuk 4 — Wijziging andere regelgeving

Artikel 14

Wijzigt de Regeling uitvoering en handhaving luchtvaartveiligheid.

Hoofdstuk 6 — Slotbepalingen

Artikel 15

1 De paragrafen 1, 2, 3 en 4 van de Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen, zoals deze luidden voor de inwerkingtreding van de Regeling onbemande luchtvaartuigen, blijven tot 1 januari 2022 van toepassing op de behandeling van de aanvraag van respectievelijk een RPA-L, speciaal-BvL, bewijs van inschrijving en geluidverklaring of een ontheffing voor een RPA-L of een speciaal-BvL, indien de aanvraag is ingediend voor 31 december 2021.

2 Verzoeken tot wijziging van respectievelijk een ROC, RPA-L en speciaal-BvL of een ontheffing voor een RPA-L of een speciaal-BvL, kunnen worden ingediend tot 1 januari 2022 of tot de datum waarop het ROC of ROC-light voor 1 januari 2022 is omgezet in overeenstemming met uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152).

3 De Regeling op afstand bestuurde luchtvaartuigen, zoals deze luidde voor de inwerkingtreding van de Regeling onbemande luchtvaartuigen, blijft van toepassing op vluchten die een exploitant uitvoert onder een ROC of ROC-light tot 1 januari 2022 of tot de datum waarop het ROC of ROC-light voor 1 januari 2022 is omgezet in overeenstemming met uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152).

Hoofdstuk 6 — Slotbepalingen

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van 31 december 2020.

Hoofdstuk 6 — Slotbepalingen

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling onbemande luchtvaartuigen.

Bijlage — behorend bij artikel 8 van de Regeling onbemande luchtvaartuigen

Bijlage — behorend bij artikel 8 van de Regeling onbemande luchtvaartuigen

Vervallen