wetzoeker

Aanwijzing nieuwe bekostiging voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) en forensische zorg (fz)

Aanwijzing van de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 14 december 2020, 1795863-215660-PZo, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake invoering nieuwe bekostiging voor geneeskundige geestelijke gezondheidszorg (ggz) en forensische zorg (fz)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
22-12-2020
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0044560
Versie
2020-12-22_0
SHA-256 bron
764fa00a727d3047ed9b25666aeda16b10dbfee73c038814d3c7a47a6358d181

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

– forensische zorg: forensische zorg als omschreven bij of krachtens artikel 1.1., tweede lid, van de Wet forensische zorg (Wfz);

– geneeskundige geestelijke gezondheidszorg: geneeskundige geestelijke gezondheidszorg als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet (Zvw);

– maximumtarief: tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, aanhef en onder c, van de wet, dat ten hoogste voor een prestatie in rekening kan worden gebracht;

– prestatie: prestatiebeschrijving als bedoeld in artikel 50, eerste lid, aanhef en onder d, van de wet.

– staatssecretaris: staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

– vrij tarief: tarief als bedoeld in artikel 50, eerste lid, aanhef en onder a, van de wet, dat voor een prestatie in rekening mag worden gebracht;

– wet: Wet marktordening gezondheidszorg;

– zorgautoriteit: Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet;

Artikel 2

Deze aanwijzing is van toepassing op:

– geneeskundige geestelijke gezondheidszorg;

– forensische zorg.

De Minister van Veiligheid en Justitie wordt met een ziektekostenverzekeraar gelijkgesteld, voor zover het de inkoop van forensische zorg betreft.

Artikel 3

De zorgautoriteit stelt ter uitvoering van deze aanwijzing regels of beleidsregels vast. Deze treden in werking met ingang van 1 januari 2022.

Artikel 4

De zorgautoriteit stelt prestaties en maximumtarieven vast.

Artikel 5

1 De zorgautoriteit voorziet in haar beleidsregels in de mogelijkheid facultatieve prestaties aan te vragen.

2 Een facultatieve prestatie wordt door de zorgautoriteit vastgesteld op gezamenlijk verzoek van een zorgaanbieder en ziektekostenverzekeraar en is een andere prestatie dan de door haar reeds vastgestelde zorgprestaties.

3 De zorgautoriteit stelt voor facultatieve prestaties vrije tarieven vast.

4 Het vaststellen van de facultatieve prestatiebeschrijving mag niet tot gevolg hebben dat zorg waarvoor een maximumtarief in rekening kan worden gebracht, zorg wordt waarvoor een vrij tarief in rekening kan worden gebracht.

5 De zorgautoriteit verbindt voorschriften of beperkingen aan de vaststelling van de aangevraagde prestatiebeschrijving. Hieronder valt de voorwaarde dat dubbele bekostiging niet is toegestaan.

Artikel 6

De zorgautoriteit stelt voor de overgang naar de nieuwe bekostiging een tijdelijke transitieprestatie met een vrij tarief vast voor een periode van twee jaar (2022 en 2023).