wetzoeker

Artikel 3 Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2021

Algemeen mandaat, volmacht en machtiging

1 De secretaris-generaal verleent aan de directeuren-generaal, de plaatsvervangend directeuren-generaal, de directeuren, de plaatsvervangend directeuren, de chefs de poste en de plaatsvervangend chefs de poste mandaat voor het nemen van besluiten inzake aangelegenheden die verband houden met de taken, de verantwoordelijkheden en het werkterrein van de desbetreffende functionarissen.

2 Het mandaat, bedoeld in het eerste lid, omvat in ieder geval:

a. de bevoegdheid tot het nemen van besluiten met betrekking tot subsidies;

b. de bevoegdheid te beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in het eerste lid.

3 Voor zover het gaat om het vaststellen van beleidsregels, wordt het mandaat, bedoeld in het eerste lid, slechts verleend aan de directeuren-generaal en de plaatsvervangend directeuren-generaal.

4 De directeuren-generaal, de directeuren en de chefs de poste kunnen ondermandaat verlenen aan onder hen ressorterende functionarissen voor het nemen van besluiten inzake aangelegenheden die verband houden met de taken, de verantwoordelijkheden en het werkterrein van laatstbedoelde functionarissen. Dit ondermandaat geschiedt schriftelijk.

5 Van ondermandaten als bedoeld in het vierde lid wordt een afschrift gezonden naar de directie Juridische Zaken, afdeling Nederlands recht.

Regeling
Regeling mandaat, volmacht en machtiging BZ 2021
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-11-2023
BWB-id
BWBR0044511
Versie
2023-11-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl