wetzoeker

Implementatiewet kapitaalvereisten 2020

Wet van 2 december 2020 tot wijziging van de Wet op het financieel toezicht in verband met implementatie van Richtlijn 2019/878/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU met betrekking tot vrijgestelde entiteiten, financiële holdings, gemengde financiële holdings, beloning, toezichtsmaatregelen en -bevoegdheden en kapitaalconserveringsmaatregelen (PbEU 2019, L 150) en ter uitvoering van Verordening (EU) 2019/876 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft de hefboomratio, de nettostabielefinancieringsratio, vereisten inzake eigen vermogen en in aanmerking komende passiva, tegenpartijkredietrisico, marktrisico, blootstellingen aan centrale tegenpartijen, blootstellingen aan instellingen voor collectieve belegging, grote blootstellingen, rapportage- en openbaarmakingsvereisten, en van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PbEU 2019, L 150) (Implementatiewet kapitaalvereisten 2020)

Soort
Wet
Geldend vanaf
29-12-2020
Rechtsgebied
Bank- en effectenrecht, financiering, Toezicht bank- en kredietwezen
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0044471
Versie
2020-12-29_0
SHA-256 bron
db5bd2cd931c8aa2c53f3954ea5c065a704df6609a0cfaf22db407f8f0209a68

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV

Artikel I

Wijzigt de Wet op het financieel toezicht.

Artikel II

1 Aan een holding als bedoeld in artikel 3:280a van de Wet op het financieel toezicht die reeds op 27 juni 2019 in Nederland gezeteld was en die uiterlijk op 28 juni 2021 een aanvraag om goedkeuring als bedoeld in artikel 3:280b, eerste lid, of een aanvraag om ontheffing als bedoeld in artikel 3:280c, eerste lid, van die wet heeft aangevraagd, kunnen geen maatregelen als bedoeld in de artikelen 1:75, 1:79, 1:80, 3:111a of 3:111ab van die wet wegens overtreding van artikel 3:280a van die wet worden opgelegd totdat de behandeling van de aanvraag is afgerond.

2 Indien een holding als bedoeld in het eerste lid niet uiterlijk op 28 juni 2021 een aanvraag als bedoeld in het eerste lid, heeft ingediend neemt de Nederlandsche Bank passende maatregelen als bedoeld in de artikelen 1:75, 1:79, 1:80, 3:111a of 3:111ab van de Wet op het financieel toezicht.

3 Artikel 3:306 van de Wet op het financieel toezicht is voor banken of beleggingsondernemingen in de zin van de verordening kapitaalvereisten met zetel in Nederland die deel uitmaken van een groep waarvan de moederonderneming haar zetel heeft in een staat die geen lidstaat is en waarvan de totale waarde van de activa van de groep binnen de Europese Unie berekend met inachtneming van artikel 21 ter, vijfde lid, van de richtlijn kapitaalvereisten op 27 juni 2019 gelijk is of hoger is dan 40 miljard euro, van toepassing met ingang van 30 december 2023.

Artikel III

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel IV

Deze wet wordt aangehaald als: Implementatiewet kapitaalvereisten 2020.