wetzoeker

Artikel 2.13 Wet voortgezet onderwijs 2020

Inrichting van het voortgezet onderwijs

1 Het onderwijs is voor de eerste twee leerjaren op doelgerichte en samenhangende wijze gericht op het realiseren van de kerndoelen.

2 Een kerndoel, alsmede de uitwerking daarvan, wordt, met inachtneming van de artikelen 1.4 en 2.2, eerste lid, bij algemene maatregel van bestuur vastgesteld als een na te streven inhoudelijke doelstelling voor het onderwijsprogramma, gericht op het verwerven van kennis, inzicht of vaardigheden of het opdoen van ervaringen door leerlingen.

3 De kerndoelen hebben betrekking op lezen, schrijven en rekenen.

4 Het voortgezet onderwijs omvat verder:

a. Nederlandse taal;

b. rekenen en wiskunde;

c. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;

d. dit onderdeel is nog niet in werking getreden;

e. Engelse taal;

f. geschiedenis en staatsinrichting;

g. economie;

h. geestelijke stromingen;

i. sociale redzaamheid en gezond gedrag;

j. aardrijkskunde;

k. biologie;

l. natuur- en scheikunde;

m. techniek;

n. muziek, beeldende vormgeving en dans, theater of film; en

o. lichamelijke opvoeding.

5 Voor de onderwerpen genoemd in het vierde lid worden eveneens kerndoelen vastgesteld.

6 Bij algemene maatregel van bestuur kunnen kerndoelen worden vastgesteld die betrekking hebben op klassieke talen of moderne vreemde talen, niet zijnde Engels. Indien deze talen onderdeel uitmaken van het onderwijsprogramma is het onderwijs mede gericht op het realiseren van deze kerndoelen.

7 Onze Minister zendt iedere tien jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de noodzaak tot herziening van de krachtens het tweede lid vastgestelde kerndoelen en betrekt daarbij het advies van de Onderwijsraad, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de Onderwijsraad.

Regeling
Wet voortgezet onderwijs 2020
Afkortingen
WVO 2020
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-08-2026
BWB-id
BWBR0044212
Versie
2026-08-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl