wetzoeker

Artikel 10 Regeling onderstand BES

Geen of onvoldoende medewerking aan het verkrijgen of behouden van algemeen geaccepteerde arbeid

Gedragingen van belanghebbenden waardoor de verplichting tot inschakeling in de arbeid op grond van artikel 5 van het besluit niet of onvoldoende is nagekomen, worden onderscheiden in de volgende categorieën:

a. eerste categorie:

het zich niet of niet tijdig aanmelden voor arbeidsbemiddeling bij het bestuurscollege van het openbare lichaam of het niet of niet tijdig laten verlengen van deze aanmelding;

b. tweede categorie:

1°. het niet of niet tijdig voldoen aan een oproep om, in verband met de inschakeling in de arbeid, op een aangegeven plaats en tijd te verschijnen;

2°. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot inschakeling in de arbeid of aan een onderzoek naar de geschiktheid voor scholing of opleiding;

c. derde categorie:

1°. het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen;

2°. gedragingen die de inschakeling in de arbeid belemmeren;

3°. het niet of in onvoldoende mate meewerken aan een voor de inschakeling in de arbeid noodzakelijk geachte scholing of opleiding of aan andere aangewezen activiteiten die de zelfstandige bestaansvoorziening bevorderen;

d. vierde categorie:

1°. het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid;

2°. het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid.

Regeling
Regeling onderstand BES
Soort
Ministeriële regeling BES
Geldend vanaf
01-01-2021
BWB-id
BWBR0044178
Versie
2021-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl