4 — Uitgangspunten voor het aanbieden van een hoge transactie Aanwijzing hoge transacties
Uitgangspunten voor het aanbieden van een hoge transactie
Voor het aanbieden van een hoge transactie zijn allereerst de criteria van toepassing die gelden ten aanzien van iedere transactie.
• Een transactie kan alleen worden toegepast bij overtredingen en bij misdrijven waarop een gevangenisstraf van niet meer dan zes jaar is gesteld (vgl. artikel 74 Sr).
• Er moet in de aan de transactie ten grondslag liggende strafzaak zowel bewijstechnisch als beleidsmatig voldoende grond aanwezig zijn om tot dagvaarding te kunnen overgaan.
• Het OM dient op basis van de regels van het strafprocesrecht een vervolgingsbeslissing te nemen gebaseerd op een autonome afweging.
• Bij die afweging worden de belangen van betrokkenen, in het bijzonder die van slachtoffers en benadeelde partijen, uitdrukkelijk meegewogen.
• Het delict waarvoor de transactie wordt aangeboden zal, indien de zaak aan de rechter zou worden voorgelegd, naar redelijkerwijs te verwachten is met een vermogensrechtelijke sanctie worden afgedaan.
• De vrijwillige acceptatie van het aanbod door verdachte is essentieel. Een verdachte kan een transactie altijd weigeren en zo de zaak laten voorkomen bij de rechter.
Specifiek voor het aanbieden van een hoge transactie zoals bedoeld in paragraaf 3 van deze aanwijzing geldt bovendien de voorwaarde dat de feitelijke gedragingen die grond zijn voor de transactie door de verdacht worden erkend. Zonder erkenning van die feitelijke gedragingen zal immers ook niet het besef bestaan dat er binnen de verdachte rechtspersoon veranderingen moeten worden doorgevoerd om de gemaakte fouten in de toekomst te voorkomen.
1 Deze erkenning kan ook worden afgeleid uit de omstandigheid dat de verdachte meewerkt aan het strafrechtelijk onderzoek en – indien nodig – maatregelen treft, zoals (verbeteringen ten aanzien van) een compliance-beleid om herhaling in de toekomst te voorkomen (vgl. Kamerstukken II 2018/19, 29 279, nr. 502).
Deze eis van erkenning houdt nadrukkelijk geen erkenning van schuld aan een strafbaar feit in; instemming met de door de officier van justitie toepasselijk geachte strafbaarstellingen (de juridische kwalificatie van de feiten) is niet noodzakelijk.
Daarnaast kunnen voor de vraag of een hoge transactie tot de afdoeningsmogelijkheden behoort de volgende aspecten een rol spelen:
– maatregelen die verdachte heeft getroffen of toezegt te treffen ten aanzien van de compliance ter voorkoming van verdere overtredingen,
– de rol van verdachte bij het aan het licht brengen van de strafbare feiten,
– internationale samenhang van onderzoeken en gezamenlijke afdoening,
– vergoeding van eventuele schade of bereidheid daartoe.
Strafrechtelijke recidive vormt een contra-indicatie voor het aanbieden van een hoge transactie.
Voor het bepalen van de hoogte van het transactiebedrag zijn voorts de volgende aspecten van belang:
– het draagkrachtbeginsel zoals bedoeld in artikel 24 Sr,
– is sprake van zelfmelding of niet,
– de mate waarin medewerking door verdachte is verleend aan het onderzoek,
– het treffen van een regeling met slachtoffers
2 Ingevolge artikel 51a Sv zijn hieronder ook nabestaanden begrepen.
,
– straffen die de rechter in soortgelijke gevallen heeft opgelegd en transacties in vergelijkbare zaken,
– sancties die door buitenlandse autoriteiten zijn opgelegd.
Voornoemde criteria en aspecten hebben reeds tot gevolg dat een hoge transactie niet vaak aan de orde zal zijn. Bij rechtspersonen zal doorslaggevend zijn dat de rechter, naar alle waarschijnlijkheid, ook een geldboete zou opleggen en dat, vanwege de maatregelen die een verdachte rechtspersoon moet treffen in het kader van compliance, met een transactie meer kan worden bereikt dan met het vervolgen van verdachte.
Bij verdachte rechtspersonen kunnen natuurlijke personen ook als verdachte worden aangemerkt. Ten aanzien van de verdachte natuurlijke personen geldt dat een andere straf dan een geldboete kan worden opgelegd, zowel door het OM bij strafbeschikking als door de rechter bij vonnis. Ten aanzien van de in artikel 51 Sr bedoelde opdrachtgevers en feitelijk leidinggevenden blijft het uitgangspunt dat deze zo mogelijk ook worden vervolgd. Bij elke verdachte zal de zaak op de eigen merites worden beoordeeld in verband met de te nemen vervolgingsbeslissing. Hierbij worden de ernst van de feiten en de (persoonlijke) omstandigheden meegewogen.
In het kader van de naleving van de transactieovereenkomst kan de hulp worden ingeroepen van externe toezichthouders, zoals een omgevingsdienst, De Nederlandsche Bank of de Autoriteit Persoonsgegevens. Ook kunnen specifieke interne toezichtmaatregelen met verdachten overeen worden gekomen, zoals het instellen van een monitor. Daarnaast kan de rechtspersoon worden opgedragen regelmatig te rapporteren aan de Raad van Commissarissen.
- Regeling
- Aanwijzing hoge transacties
- Soort
- Beleidsregel
- Geldend vanaf
- 04-09-2020
- BWB-id
- BWBR0044047
- Versie
- 2020-09-04_0