wetzoeker

Subsidieregeling donatie in ziekenhuizen

Regeling van de Minister voor Medische Zorg van 19 augustus 2020, kenmerk 1733131-209016-GMT, houdende regels voor het verstrekken van subsidie aan ziekenhuizen voor de inzet van professionals die betrokken zijn bij donatie in ziekenhuizen (Subsidieregeling donatie in ziekenhuizen)

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
22-08-2025
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0044035
Versie
2025-08-22_0
SHA-256 bron
6ea7a3aa37ae94c53c7f02210ce1413d0f855231c21358cd4805ed192d64a856

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (13)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

donatieregio: een regio bestaande uit een universitair medisch centrum, één of meer clusters met kernziekenhuizen en eventueel daaraan verbonden satellietziekenhuizen;

fte (fulltime-equivalent): een rekeneenheid waarmee de personeelssterkte of de omvang van een betrekking wordt uitgedrukt;

Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;

kernziekenhuis: een ziekenhuis binnen een cluster op IC-niveau waar een donatie-intensivist en een donatiecoördinator vanuit de IC verantwoordelijk zijn voor de implementatie en ondersteuning van ziekenhuizen binnen het cluster op het gebied van orgaan- en weefseldonatie;

minister: Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;

NTS: Nederlandse Transplantatie Stichting.

Artikel 2

Op deze regeling is de Kaderregeling van toepassing.

Artikel 3

1 Het uitvoeren van de activiteiten, bedoeld in artikel 4, wordt aangewezen als een dienst van algemeen economisch belang in de zin van artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de aanvrager met de Staat een overeenkomst sluit waarbij de Staat hem belast met en hij zich verplicht tot het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 4

1 De minister kan op aanvraag aan een kernziekenhuis subsidie verstrekken voor het uitoefenen van structurele functies door professionals die betrokken zijn bij donatiezorg en daarmee samenhangende activiteiten.

2 De structurele functies, bedoeld in het eerste lid, zijn:

a. 0,1 fte supervisor per donatieregio;

b. 0,1 fte voorzitter van het supervisorenoverleg;

c. 1,0 fte manager bedrijfsvoering gestationeerd bij een universitair medisch centrum;

d. 0,1 fte regionaal teamleider per kernziekenhuis binnen de donatieregio;

e. 0,2 fte coördinerend donatie-intensivist per donatieregio;

f. 0,2 fte donatie-intensivist per kernziekenhuis binnen de donatieregio;

g. 0,4 fte donatiecoördinator per ziekenhuis binnen de donatieregio.

3 In afwijking van het eerste lid, kan subsidie voor het uitvoeren van de structurele functies, bedoeld in het tweede lid, onder a tot en met e, uitsluitend door een universitair medisch centrum worden aangevraagd.

Artikel 5

1 De subsidie voor het uitoefenen van een structurele functie of daarmee samenhangende activiteiten als hieronder vermeld, bedraagt maximaal:

a. € 288.650,– voor de functie van supervisor of voorzitter van het supervisorenoverleg;

b. € 164.205,– voor de functie van manager bedrijfsvoering;

c. € 129.615,– voor de functie van regionaal teamleider;

d. € 288.650,– voor de functie van (coördinerend) donatie-intensivist;

e. € 86.995,– voor de functie van donatiecoördinator;

f. € 3.100 voor het trainen van professionals per kernziekenhuis;

g. € 10.000 voor ondersteunende taken of uitgaven per kernziekenhuis;

h. € 20.000 voor ondersteunende taken of uitgaven per universitair medisch centrum.

2 De hoogte van de subsidie voor de onderdelen a tot en met e is gebaseerd op één volledige fte.

Artikel 6

1 De subsidie wordt per boekjaar verleend.

2 De subsidieontvanger stelt het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar, tenzij bij de subsidieverlening anders is bepaald.

Artikel 7

1 Voor de aanvraag tot verlening van de subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

2 In aanvulling op artikel 3.3 van de Kaderregeling gaat de aanvraag tot verlening van de subsidie vergezeld van een ondertekende overeenkomst voor het vestigen van een dienst van algemeen economisch belang, als bedoeld in artikel 3, tweede lid.

3 In aanvulling op het tweede lid gaat de aanvraag tot verlening van de subsidie van een universitair medisch centrum vergezeld van een schriftelijke verklaring over de geldigheidsduur van bestaande convenanten met het betrokken kernziekenhuis en dienstverleningsovereenkomsten met de NTS.

Artikel 8

1 De aanvraag tot verlening van de subsidie wordt ingediend uiterlijk dertien weken voor de aanvang van het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

2 De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen voor de termijn, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 9

1 De minister besluit binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidieverlening.

2 De minister vermeldt in het besluit tot verlening in elk geval de te subsidiëren activiteiten, het subsidiebedrag, de periode waarvoor subsidie wordt verleend, de wijze waarop kan worden aangetoond dat de activiteiten zijn verricht en de wijze van verantwoording.

3 De minister verleent bij het besluit tot verlening van de subsidie ambtshalve de volgende voorschotten: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het bedrag van de verleende subsidie.

Artikel 10

1 Voor de aanvraag tot vaststelling van een subsidie wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

2 Deze subsidie betreft een subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel c, onder 2°, dan wel onderdeel d, van de Kaderregeling.

3 De aanvraag tot vaststelling wordt ingediend binnen 22 weken na afloop van het boekjaar waarvoor de subsidie is verleend.

4 De minister kan vrijstelling of ontheffing verlenen van de termijn, bedoeld in het derde lid.

5 De minister besluit binnen 22 weken op een aanvraag tot vaststelling.

Artikel 11

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2021 en vervalt met ingang van 1 januari 2028.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling donatie in ziekenhuizen.