wetzoeker

2.5 — Mediaovereenkomst Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging

Mediaovereenkomst

Het OM en de opsporingsinstanties kunnen gezamenlijk of afzonderlijk meewerken aan mediaproducties. Een mediaproductie kenmerkt zich door het lang(er)durend(e) karakter. Soms gaat het om overkoepelende thema’s of opsporing en vervolging in het algemeen, soms om een specifieke zaak. Het OM en de opsporingsinstanties kunnen meewerken aan mediaproducties om hun werk onder de aandacht te brengen, omdat het geven van inzicht in het werk dat zij doen een zwaarwegend maatschappelijk belang dient. Het kan bijvoorbeeld gaan om een tv-serie over een bepaald onderdeel van het werk, of over een thema, of een documentaire waarin een reconstructie van een zaak centraal staat. Voor dit soort programma’s wordt met de maker, een mediaovereenkomst afgesloten. Afhankelijk van het programma wordt dat ondertekend door de maker en OM en de opsporingsinstanties. In zo’n overeenkomst staan de afspraken waar met name de programmamaker zich aan dient te houden bij het maken van het programma. Daarbij houden het OM en de opsporingsinstanties rekening met de belangen van nabestaanden, slachtoffers en verdachten.

Voor de medewerking aan mediaproducties gelden de volgende uitgangspunten:

1) Wanneer het voornemen bestaat om mee te werken aan een mediaproductie (dit kan zijn een audiovisuele publicatie, schriftelijke publicatie of enig andere vorm) worden de slachtoffers, nabestaanden alsmede de verdachte geïnformeerd over de doelstelling van de productie en de medewerking die het OM en de opsporingsinstanties daaraan willen verlenen. In afspraken over medewerking aan een mediaproductie wordt gewaarborgd dat er voldoende gelegenheid voor de betrokkenen bestaat om eventuele bezwaren te uiten. Met deze bezwaren houden het OM en de opsporingsinstanties zoveel mogelijk rekening. Als de verwachting bestaat dat (een onderdeel van) een mediaproductie een vergaande inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van slachtoffers of nabestaanden wordt vooraf toestemming gevraagd aan de betrokkenen, tenzij zwaarder wegende belangen van opsporing of vervolging zich daartegen verzetten.

2) Het verlenen van inzage aan een journalist in informatie die valt onder de geheimhoudingsplicht van het OM en/of opsporingsinstanties vindt in beginsel niet plaats. Voor inzage kan een rechtvaardigingsgrond bestaan indien daardoor gewichtiger belangen worden gediend dan door de geheimhouding worden beschermd. Voorafgaand aan inzage of verstrekking van die informatie dient in ieder geval een persoonlijke geheimhoudingsverklaring te zijn ondertekend.

– Publicatie van verkregen informatie kan alleen worden toegestaan na uitdrukkelijke toestemming van het OM. Er vindt altijd een beoordeling voorafgaand aan publicatie plaats. Bij deze beoordeling wordt het doel dat met de publicatie van de specifieke informatie is gediend afgewogen tegen de inbreuk die daardoor wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen (slachtoffers, nabestaanden, verdachten maar mogelijk ook getuigen en anderen). Voor deze afweging geldt het volgende in het bijzonder.

– Met betrekking tot de belangen van slachtoffers en nabestaanden wordt nadrukkelijk ook het belang van voorkoming van extra leed meegewogen. Sommige details kunnen voor slachtoffers en nabestaanden extra pijnlijk zijn als ze in de publiciteit komen en hebben een grote impact op de persoonlijke levenssfeer van slachtoffers en nabestaanden. Hier betracht het OM grote terughoudendheid. Met betrekking tot de belangen van verdachten dient rekening te worden gehouden met de onschuldpresumptie en wordt het recht op een eerlijk proces gewaarborgd (geen trial by media).

3) Uitgangspunt is (waar mogelijk) dat de vrijgegeven informatie niet herleidbaar is tot natuurlijke personen of rechtspersonen. Herleidbaar is in dit kader een breder begrip dan uitsluitend fysieke herkenbaarheid. Waar herleidbaarheid niet kan worden voorkomen, wordt afgewogen of openbaarmaking zwaarder moet wegen dan het belang van bescherming van de privacy van betrokkenen. De inbreuk op de privacy wordt daarbij zo beperkt mogelijk gehouden. De beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit spelen hierbij een belangrijke rol.

4) Wanneer het OM en de opsporingsinstanties afspraken met mediapartners/journalisten maken, leggen zij deze schriftelijk vast.

Regeling
Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-09-2020
BWB-id
BWBR0044027
Versie
2020-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl