wetzoeker

2.4.1 — Jeugdigen Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging

Jeugdigen

Internationale kaders, zoals het door Nederland geratificeerde Kinderrechtenverdrag, schrijven voor dat de jeugdige vanaf het allereerste contact met politie en justitie beschermd moet worden tegen schending van zijn privacy nu dat – gezien zijn kwetsbare positie – nodeloze stigmatisering oplevert. Dit betekent dat het OM bij een minderjarige verdachte terughoudend zal zijn in het verstrekken van informatie aan de media over het onderzoek. In deze situaties weegt het persoonlijk belang van de verdachte in beginsel zwaarder dan het belang om de maatschappij van uitgebreide informatie te voorzien.

De terechtzitting van jeugdigen vindt in beginsel achter gesloten deuren plaats. Dit betekent dat de pers geen toegang heeft tot de zittingszaal, tenzij de rechtbank of het hof anders beslist.

Het OM kan direct na afloop van de besloten zitting wel de eis tegen de minderjarige verdachte melden en een toelichting daarop geven. In bijzondere gevallen kan, bijvoorbeeld om geruchten tegen te gaan, ter rectificatie of om onjuiste informatie uit de media te houden, extra informatie over het delict of de verdachte worden gegeven. Daarbij wordt wel zoveel mogelijk rekening gehouden met de privacy van de verdachte en het slachtoffer. Dit geldt in versterkte mate voor minderjarige slachtoffers en/of slachtoffers met een grotere kwetsbaarheid.

5 Zie ook de EU-richtlijn slachtofferrechten, richtlijn 2012/29/EU.

Regeling
Aanwijzing voorlichting opsporing en vervolging
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-09-2020
BWB-id
BWBR0044027
Versie
2020-09-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl