3.2 — Invoergegevens Regeling geluidsbelasting luchtvaartterreinen BES
Invoergegevens
Voor het uitvoeren van een berekening van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting zijn invoergegevens nodig, die het verloop van de landende en opstijgende luchtvaartuigen rondom een luchtvaartterrein specificeren. De benodigde gegevens zijn hieronder kort samengevat en worden in de volgende hoofdstukken verder toegelicht.
De gegevens die ten grondslag liggen aan een berekening van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting dienen gedocumenteerd te worden, ten einde de berekening te kunnen reproduceren. Dit omvat naast de invoergegevens zoals in deze paragraaf beschreven (waaronder de gehanteerde versies van de indelingslijst en Appendices), ook het gehanteerde studiegebied.
Luchtvaartterreingegevens
De ligging van de start- en landingsbanen van een luchtvaartterrein is van invloed op de verdeling van de geluidsbelasting over de omgeving. Bepalend hierin zijn de fysieke baanuiteinden en de baandrempels (voor landend verkeer), zie onderstaande figuur.
De locaties (x, y) van de baaneinden en de afstand (s) tussen baaneinde en baandrempel voor bestaande luchtvaartterreinen dienen te worden vastgelegd. Eventueel kan de Aeronautical Information Publication (AIP) geraadpleegd worden. Voor nieuwe luchtvaartterreinen, of bij aanpassing van een start- en landingsbaan dient te worden aangesloten bij het ontwerp waarvoor een aanwijzing wordt opgesteld.
De locaties (x, y) van helikopterlandingsplaatsen dienen eveneens te worden vastgelegd. Eventueel kan ook hiervoor het AIP worden geraadpleegd.
Voor nieuwe helikopterluchtvaartterreinen of eventuele aanpassingen dient te worden aangesloten bij het ontwerp waarvoor een aanwijzing wordt opgesteld.
Vliegbaangegevens
Bij de berekening wordt er van uitgegaan, dat alle passages met een luchtvaartuig langs zogenaamde vliegbanen worden afgewikkeld. Een vliegbaan wordt beschreven door:
• zijn projectie op het referentievlak, het zogenaamde grondpad;
• het verloop van de vlieghoogte boven de grond als functie van de afgelegde weg langs het grondpad, het zogenaamde hoogteprofiel.
Het grondpad van de vliegbaan van de vliegtuig- of helikopterbeweging wordt uitgedrukt in meters. De wijze waarop grondpaden worden vastgesteld is uitgewerkt in hoofdstuk 4 van dit voorschrift.
Luchtvaartuiggegevens
In de Appendices [Ref. 2] en de indelingslijst [Ref.5] zijn standaard gegevens vastgelegd voor de representatie van luchtvaartuigtypes voor de berekening van zowel de maximaal toelaatbare geluidsbelasting als de feitelijke geluidsbelasting. De volgende luchtvaartuiggegevens worden onderscheiden:
• De indeling van luchtvaartuigtypen naar categorieën van luchtvaartuigen (zie verder paragraaf 5.1 van dit voorschrift);
• Prestatiegegevens welke betrekking hebben op een beschrijving van de vlieghoogte, motorstuwkracht en vliegsnelheid als functie van de afgelegde weg langs het grondpad (zie verder paragraaf 5.2 van dit voorschrift);
• De geluidskarakteristieken van categorieën van luchtvaartuigen (zie verder hoofdstuk 6 van dit voorschrift).
Bij het berekenen van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting dient de vigerende versie (zijnde de meest recente versie) van de Appendices gebruikt te worden. Bij de berekening van de feitelijke geluidsbelasting dient in principe van dezelfde Appendices gegevens, en daarmee dezelfde versie van de Appendices, gebruik te worden gemaakt als de gegevens op basis waarvan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld. Een uitzondering hierop heeft betrekking op procedures, en categorieën van luchtvaartuigen (en bijbehorende geluidgegevens) die nieuw zijn toegevoegd aan de Appendices. Wanneer een procedure of een geluidscategorie niet aanwezig is in de Appendices op basis waarvan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting is berekend, dan dient de meest recente versie van de Appendices geraadpleegd te worden voor de benodigde informatie.
Bij het berekenen van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting dient de vigerende versie (zijnde de meest recente versie) van de indelingslijst [Ref. 5] gebruik te worden gemaakt. Bij de berekening van de feitelijke geluidsbelasting dient van dezelfde indelingslijst gebruik te worden gemaakt als de indelingslijst op basis waarvan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting is vastgesteld. Een uitzondering hierop heeft betrekking op luchtvaartuigtypen die nieuw zijn toegevoegd aan de indelingslijst. Wanneer een luchtvaartuigtype niet aanwezig is in de indelingslijst op basis waarvan de maximaal toelaatbare geluidsbelasting is berekend, dan dient de meest recente versie van de indelingslijst geraadpleegd te worden voor de toedeling van het betreffende luchtvaartuigtype aan een geluidscategorie. Komt een luchtvaartuig niet voor in de te gebruiken indelingslijst(en), dan wordt de betreffende vlucht in de correctiefactor (zie Hoofdstuk 10) meegenomen.
Gegevens landende en opstijgende luchtvaartuigen
De verkeersgegevens specificeren het gebruik van het luchtvaartterrein. Deze gegevens betreffen het aantal vliegtuig- en helikopterbewegingen per categorie van een luchtvaartuig, per start-/landingsbaan, per route, per procedure en per periode van de dag.
Als compensatie voor de onzekerheid in het verwachte baangebruik als gevolg van de jaarlijkse variatie in het weer dient bij de berekening van de maximaal toelaatbare geluidsbelasting een meteotoeslag te worden toegepast. De hoogte van deze toeslag is op basis van onderzoek uitgevoerd in het jaar 2019 vastgesteld op 10% [Ref. 4.]. De verdeling van de 10% meteotoeslag over de start-/landingsbaan (of -banen) van het luchtvaartterrein dient gemotiveerd te worden. Bij de berekening van de feitelijke geluidsbelasting wordt geen meteotoeslag toegepast.
In de berekeningen worden alle landende en opstijgende luchtvaartuigen (inclusief helikopters) met een MTOW > 150 kg meegenomen.
- Regeling
- Regeling geluidsbelasting luchtvaartterreinen BES
- Soort
- Ministeriële regeling BES
- Geldend vanaf
- 01-10-2020
- BWB-id
- BWBR0043966
- Versie
- 2020-10-01_0