wetzoeker

Aanwijzing ex artikel 7 Wet marktordening gezondheidszorg (resterende overheveling van de geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen)

Aanwijzing van de Minister voor Medische Zorg van 29 juni 2020, kenmerk 1708250-207156-PZo, op grond van artikel 7 van de Wet marktordening gezondheidszorg, inzake de resterende overheveling van de geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-09-2020
Rechtsgebied
Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0043857
Versie
2020-09-01_0
SHA-256 bron
da54689f464376fd6894cc7428afaae5a9189c5c7959119a2d86c52b38718495

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

In deze aanwijzing wordt verstaan onder:

– eerstelijnsverblijf: zorg als bedoeld in artikel 2.12 van het Besluit zorgverzekering, voor zover het gaat om verblijf dat medisch noodzakelijk is in verband met geneeskundige zorg, zoals huisartsen en klinisch-psychologen die plegen te bieden en paramedische zorg, al dan niet gepaard gaande met verpleging of verzorging;

– fysio- en oefentherapie: paramedische zorg zoals fysiotherapeuten en oefentherapeuten die plegen te bieden;

– geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen: generalistische geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen in de eerste lijn als omschreven bij of krachtens de Zorgverzekeringswet;

– geriatrische revalidatiezorg: zorg als bedoeld in artikel 2.5c van het Besluit zorgverzekering;

– macrobeheersinstrument: het systeem van macrogrenzen als bedoeld in artikel 50, tweede lid, aanhef en onder c, van de wet en de daarop ambtshalve per individuele zorgaanbieder afzonderlijk vastgestelde individuele bovengrenzen en de eventueel daarop volgende afdracht aan het Zorgverzekeringsfonds bij gezamenlijke overschrijding van de voor de desbetreffende zorg vastgestelde macrogrens;

– wet: Wet marktordening gezondheidszorg;

– zorgautoriteit: Nederlandse Zorgautoriteit, genoemd in artikel 3 van de wet;

– zorg zoals klinisch-psychologen die plegen te bieden: zorg zoals klinisch-psychologen die plegen te bieden als omschreven bij of krachtens artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering.

Artikel 2

1 Deze aanwijzing is van toepassing op geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen.

2 In afwijking van het bepaalde onder lid 1, is artikel 5 van toepassing op fysio- en oefentherapie.

Artikel 3

De zorgautoriteit stelt ter uitvoering van deze aanwijzing beleidsregels en nadere regels vast.

Artikel 4

1 De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2021 prestatiebeschrijvingen en maximumtarieven vast voor:

a. zorg zoals klinisch psychologen die plegen te bieden;

b. zorg in een groep;

c. zorg aan mensen met sterk gestoord gedrag en een lichte verstandelijke beperking;

d. reiskosten.

2 De zorgautoriteit stelt met ingang van 1 januari 2021 prestatiebeschrijvingen en vrije tarieven vast voor onderlinge dienstverlening.

Artikel 5

De beperkingen ten aanzien van de mogelijkheid tot declareren van fysio- en oefentherapie door instellingen in de zin van de Wet toelating zorginstellingen vervallen met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 6

Het macrobeheersinstrument voor eerstelijnsverblijf en geriatrische revalidatiezorg

1 Stcrt. 2016, 36919.

is van toepassing op de uitgaven voor geneeskundige zorg voor specifieke patiëntengroepen en de experimenten bedoeld in artikel 7 voor zover de zorg geleverd is bij of krachtens de Zorgverzekeringswet.

Artikel 7

De experimenten maatwerk voor koplopers en proeftuin kortdurende zorg

2 Stcrt. 2019, 38177.

worden met ingang van 1 januari 2021 uitgebreid tot de gehele geneeskundige zorg voor specifieke patiëntgroepen.