wetzoeker

Tijdelijk besluit specifieke uitkering verbetering digitale dienstverlening

Besluit van 3 juli 2020, houdende tijdelijke regels voor de toekenning van een specifieke uitkering aan gemeenten en provincies ten behoeve van innovatie in de digitale dienstverlening (Tijdelijk besluit specifieke uitkering verbetering digitale dienstverlening)

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2024
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0043818
Versie
2024-01-01_0
SHA-256 bron
b07676a3762f4e03c5c023aacdb72e7119bc22c5c2ff1b838029a7cbab70e2b5

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (19)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17
  18. Artikel 18
  19. Artikel 19

Artikel 1

Vervallen

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Vervallen

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

Vervallen

Artikel 9

Vervallen

Artikel 10

Vervallen

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

1 De hoofdaanvrager van de uitkering legt verantwoording af over de besteding van de uitkering op de wijze bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet. Indien uit de verantwoordingsinformatie blijkt dat de activiteiten zijn afgerond, geldt deze mededeling als een aanvraag tot vaststelling van de uitkering.

2 Nadat Onze Minister de verantwoordingsinformatie, bedoeld in het eerste lid, heeft ontvangen, neemt Onze Minister binnen 22 weken na die ontvangst een beslissing op de aanvraag tot vaststelling van de uitkering.

3 Onze Minister stelt een uitkering overeenkomstig de verlening vast, tenzij:

a. de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend niet of niet geheel hebben plaatsgevonden; of

b. niet is voldaan aan de aan de uitkering gebonden verplichtingen.

4 Intrekking of wijziging van een verlening van een uitkering werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uitkering is verleend, tenzij bij intrekking of wijziging anders is bepaald.

Artikel 15

In afwijking van artikel 14, derde lid, kan Onze Minister een uitkering geheel of gedeeltelijk ambtshalve vaststellen, indien de beschikking tot verlening van de uitkering of tot vaststelling van de uitkering wordt ingetrokken of ten nadele van de gemeente of provincie waaraan de uitkering is verleend wordt gewijzigd.

Artikel 16

Onze Minister kan onverschuldigd uitgekeerde bedragen terugvorderen.

Artikel 17

1 De hoofdaanvrager die op grond van deze regeling een eenmalige specifieke uitkering ontvangt, werkt mee aan een door Onze Minister ingestelde evaluatie van de effectiviteit van de besteding van de gelden.

2 Het eerste lid is van toepassing op de overheidsorganisaties als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onder a.

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen