wetzoeker

B2 — Vergunningplicht en meldingsplicht Circulaire risicobeheersing lithium-ion energiedragers

Vergunningplicht en meldingsplicht

Als sprake is van een inrichting, komt de vraag aan de orde of hiervoor een Wabo-omgevingsvergunning milieu vereist is. De vergunningplichtige gevallen zijn genoemd in bijlage I bij het Bor. Op grond van bijlage I, onderdeel B, onder 1, onder a, zijn inrichtingen waarop het Bevi van toepassing is vergunningplichtig. Het Bevi is onder meer van toepassing op een inrichting waar verpakte gevaarlijke stoffen worden opgeslagen in een hoeveelheid van meer dan 10 000 kg per opslagvoorziening. Op het Bevi wordt in paragraaf B3.5 nader ingegaan.

Daarnaast worden in bijlage I, onderdeel C, categorie 4.4, onder j, inrichtingen als vergunningplichtig aangewezen indien – kort gezegd – er opslag plaatsvindt van meer dan 10.000 kg verpakte gevaarlijke stoffen in een opslagvoorziening of brandcompartiment.

Voorts geldt er een vergunningplicht voor bepaalde gevallen waarbij er bij de opslag van lithium-ion energiedragers sprake is van de opslag van (gevaarlijke) afvalstoffen

16 In de Wet milieubeheer, artikel 1.1 lid 1, is de definitie van een afvalstof overgenomen uit de Kaderrichtlijn afvalstoffen: “alle stoffen, preparaten of voorwerpen, waarvan de houder zich ontdoet, voornemens is zich te ontdoen of zich moet ontdoen”.

). Dit is op grond van bijlage I, categorie 28.10 onder 10a0, van het Bor in beginsel het geval bij een opslag groter dan 5 m3. Voor een grotere opslag geldt een vrijstelling van de vergunningplicht als de opslag plaatsvindt bij een inrichting die gericht is op productrecycling (bijvoorbeeld een kringloopwinkel) met een maximale opslagoppervlakte van 1.000 m2 als het gaat om gevaarlijk afval (vrijstelling in categorie 28.10 onder 11° Bor). Als het gaat om ongevaarlijk afval geldt geen vergunningplicht bij een maximale opslagopervlakte van 6.000 m2, ongeacht de inrichting waar de opslag plaatsvindt (categorie 28.10 onder 25° Bor). Ook voor de opslag van afvalstoffen die vrijkomen bij van auto- of tweewielerdemontage (categorie 28.10, onder 80) en de opslag van eigen afval (categorie 28.10, onder 10) geldt geen vergunningplicht. Kortheidshalve wordt verder verwezen naar de tekst van het Bor zelf en de Infomil site (https://www.infomil.nl/onderwerpen/integrale/activiteitenbesluit/toelichting-bor/).

Voor zover er geen vergunningplicht geldt, is degene die een inrichting opricht meldingsplichtig. Dit op grond van artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit.

Na inwerkingtreding van de Omgevingswet geldt er geen vergunningplicht voor de opslag van verpakte lithium-ion energiedragers, omdat de betreffende activiteit (nog) niet als milieubelastende activiteit wordt aangemerkt in het Bal. In het geval er sprake is van (gevaarlijk) afval geldt in het Bal een vergelijkbare aanpak als in het Bor. Alleen de hiervoor genoemde grens van 5 m3 wordt verhoogd naar 30 m3 als het om lithium-ion energiedragers gaat die als autoaccu of industriële accu worden gebruikt. Het overgangsrecht van het stelsel van de Omgevingswet regelt dat bestaande vergunningen blijven gelden onder de Omgevingswet. Bestaande voorschriften worden, afhankelijk van de nieuwe situatie, vanzelf omgezet in een voorschrift van de vergunning voor een milieubelastende activiteit, een maatwerkvoorschrift op grond van het Bal of een maatwerkvoorschrift op grond van het omgevingsplan. (zie https://aandeslagmetdeomgevingswet.nl/regelgeving/regels-voor-activiteiten/overgangsrecht-regels-activiteiten/overgangsrecht-omgevingsvergunning-wm-inrichtingen voor uitleg en voorbeelden).

Regeling
Circulaire risicobeheersing lithium-ion energiedragers
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-07-2020
BWB-id
BWBR0043769
Versie
2020-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl