wetzoeker

Artikel 4.80a0 Invoeringswet Omgevingswet

Overgangsbepalingen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

1 Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet een aanvraag om een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a of b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is ingediend, blijft het oude recht van toepassing tot het besluit onherroepelijk wordt, met dien verstande dat:

a. als de activiteit in overeenstemming is met artikel 2.10, eerste lid, onder c, respectievelijk artikel 2.11 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de omgevingsvergunning toch kan worden geweigerd als de activiteit in strijd is met het omgevingsplan,

b. als de activiteit in strijd is met artikel 2.10, eerste lid, onder c, respectievelijk artikel 2.11 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de omgevingsvergunning toch kan worden verleend als de activiteit in overeenstemming is met het omgevingsplan, en

c. bij het met toepassing van artikel 6.17 van de Wet ruimtelijke ordening aan de omgevingsvergunning verbinden van het voorschrift dat de vergunninghouder een exploitatiebijdrage is verschuldigd, het omgevingsplan in acht wordt genomen, voor zover het gaat om een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht die betrekking heeft op een bouwplan als bedoeld in artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening.

2 Artikel 4.3 is in die gevallen niet van toepassing.

Regeling
Invoeringswet Omgevingswet
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0043660
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl