wetzoeker

Artikel 4.2 Invoeringswet Omgevingswet

Algemene overgangsbepalingen lopende procedures besluiten

Deze afdeling is van toepassing op besluiten tot oplegging van een gedoogplicht op grond van of met toepassing van:

a. artikel 5 van de Belemmeringenwet Landsverdediging,

b. de Belemmeringenwet Privaatrecht,

c. artikel 2.3, elfde lid, van de Crisis- en herstelwet,

d. artikel 7 van de Drinkwaterwet,

e. de artikelen 9g en 20 van de Elektriciteitswet 1998,

f. artikel 39a van de Gaswet,

g. artikel 71 in samenhang met artikel 15, onder b, van de Kernenergiewet,

h. artikel 57, eerste en tweede lid, van de Monumentenwet 1988 zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de Erfgoedwet,

i. artikel 5 van de Mijnbouwwet,

j. de artikelen 21g, eerste lid, eerste en tweede zin, en 21h, eerste lid, van de Ontgrondingenwet,

k. artikel 24, derde lid, van de Spoorwegwet,

l. artikel 21 van de Tracéwet,

m. artikel 23, eerste lid, van de Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag,

n. artikel 38 van de Warmtewet,

o. de artikelen 5.21, eerste lid, 5.22, eerste lid, en 5.24, eerste lid, van de Waterwet,

p. artikel 70 van de Wet bodembescherming,

q. artikel 7, eerste lid, van de Wet lokaal spoor,

r. artikel 60, eerste lid, van de Wet inzake de luchtverontreiniging,

s. artikel 3.36a van de Wet ruimtelijke ordening.

Regeling
Invoeringswet Omgevingswet
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0043660
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl