wetzoeker

Wijzigingswet Wegenverkeerswet 1994, enz. (implementatie richtlijn 2014/45/EU alsmede invoering registratie- en kentekenplicht landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines en aanhangwagens die uitsluitend bestemd zijn om daardoor te worden voortbewogen en het niet meer toelaten tot het verkeer van nieuwe motorrijtuigen met beperkte snelheid)

Wet van 20 mei 2020 tot wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de implementatie van richtlijn 2014/45/EU alsmede ter invoering van een registratie- en kentekenplicht voor landbouw- en bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid, mobiele machines en aanhangwagens die uitsluitend bestemd zijn om daardoor te worden voortbewogen en het niet meer toelaten tot het verkeer van nieuwe motorrijtuigen met beperkte snelheid

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2025
Rechtsgebied
Vervoersrecht
Ministerie
Infrastructuur en Waterstaat
BWB-id
BWBR0043651
Versie
2025-01-01_0
SHA-256 bron
c8ef3b6b870c5b8bc8bff6ace9cf6e05e71e8aaa05c0a89109c3c4058c811977

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (10)
  1. Artikel I
  2. Artikel II
  3. Artikel III
  4. Artikel IV
  5. Artikel V
  6. Artikel VI
  7. Artikel VII
  8. Artikel VIII
  9. Artikel VIIIa
  10. Artikel IX

Artikel I

Wijzigt de Wegenverkeerswet 1994.

Artikel II

Vervallen

Artikel III

Vervallen

Artikel IV

Wijzigt de Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992.

Artikel V

Vervallen

Artikel VI

Wijzigt de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994.

Artikel VII

Vervallen

Artikel VIII

Wijzigt de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993.

Artikel VIIIa

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zendt binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk, waarbij in het bijzonder aandacht besteed wordt aan de nalevingskosten.

Artikel IX

1 Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

2 De artikelen II, V en VII vervallen met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

3 Artikel III vervalt met ingang van 1 januari 2025.