wetzoeker

Besluit toestemming verstrekken en verder verstrekken politiegegevens en justitiële gegevens verlening Orde van de Nederlandse Leeuw, Orde van Oranje-Nassau en Erepenning voor menslievend hulpbetoon

Besluit van de Minister voor Rechtsbescherming van 4 juni 2020, nr. 2901763, houdende toestemming tot het verstrekken en verder verstrekken van politiegegevens en justitiële gegevens ten behoeve van de verlening van de Orde van de Nederlandse Leeuw, de Orde van Oranje-Nassau en de Erepenning voor menslievend hulpbetoon

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
17-06-2020
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht, Procesrecht, Strafprocesrecht
Ministerie
Justitie en Veiligheid
BWB-id
BWBR0043647
Versie
2020-06-17_0
SHA-256 bron
5d255b230d77811029110098bf6473804402f3b2bbc651e6ee0f8142ce1edf99

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Artikel 1

1 In dit besluit wordt verstaan onder:

a. ridderorden: de Orde van de Nederlandse Leeuw, bedoeld in de Wet van 29 september 1815, houdende instelling van de orde van de Nederlandse Leeuw, of de Orde van Oranje-Nassau, bedoeld in de Wet van 4 april 1892, houdende instelling van de Orde van Oranje-Nassau;

b. de Erepenning voor menslievend hulpbetoon: de Erepenning voor menslievend hulpbetoon, bedoeld in het Besluit van 2 augustus 1946, houdende nieuwe regelen betreffende de instelling van een Eerepenning menschlievend hulpbetoon.

2 Dit besluit is van toepassing op de verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig de artikelen 8, 9, 10, eerste lid, onderdelen a en c, en 13 van de Wet politiegegevens en op justitiële gegevens als bedoeld in artikel 1, onder a, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

Artikel 2

1 Voor zover daarin niet al bij of krachtens de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens is voorzien, wordt toestemming gegeven tot het verstrekken van politiegegevens en justitiële gegevens:

a. aan de commissaris van de Koning ten behoeve van zijn advies over de verlening van ridderorden;

b. aan het Kapittel voor de civiele orden ten behoeve van zijn advies over de verlening van ridderorden of de Erepenning voor menslievend hulpbetoon;

c. aan de minister die het aangaat ten behoeve van de verlening van ridderorden of de Erepenning voor menslievend hulpbetoon.

2 Voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de aan hen opgedragen taak met het oog op de verlening van ridderorden wordt aan de burgemeester, de commissaris van de Koning, het Kapittel voor de civiele orden en de minister die het aangaat toestemming gegeven om politiegegevens en justitiële gegevens aan elkaar verder te verstrekken.

3 Voor zover dit noodzakelijk is voor de uitvoering van de aan hen opgedragen taak met het oog op de verlening van een Erepenning voor menslievend hulpbetoon wordt aan het Kapittel voor de civiele orden en de minister die het aangaat toestemming gegeven om politiegegevens en justitiële gegevens aan elkaar verder te verstrekken.

Artikel 3

Aan de toestemming worden de volgende voorwaarden verbonden:

a. de politiegegevens en justitiële gegevens worden uitsluitend verstrekt en verder verstrekt ten behoeve van de toepassing van artikel 2 en er worden niet meer gegevens verstrekt dan noodzakelijk voor dat doel;

b. de politiegegevens en justitiële gegevens worden uitsluitend verstrekt aan personen werkzaam bij de in artikel 2, eerste lid, genoemde instanties die hiertoe door hun hoofd zijn geautoriseerd.

Artikel 4

De verstrekte politiegegevens en justitiële gegevens worden uiterlijk acht weken na het Koninklijk Besluit tot verlening dan wel uiterlijk acht weken na dagtekening van de afwijzende beslissing vernietigd. Wordt binnen zes weken na de in de eerste volzin bedoelde gevallen een klacht ingediend, bezwaar gemaakt of een rechtsvordering ingesteld dan worden deze gegevens bewaard slechts zolang dat voor de afronding van de in die gevallen aangewezen procedure nodig is.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, en vervalt op de dag dat bij of krachtens de Wet politiegegevens en de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens in een overeenkomstige verstrekkingsgrondslag wordt voorzien.