Artikel 4 Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade
1 Ten behoeve van haar advisering:
a. maakt de Commissie gebruik van de beschikbare informatie over steenkoolwinning in de gebieden als bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit tegemoetkoming particuliere woningeigenaren mijnbouwschade steenkoolwinning Limburg, waaronder van de bij het Informatiecentrum Nazorg Steenkoolwinning beschikbare informatie; en
b. laat de Commissie indien noodzakelijk naar aanleiding van een adviesvraag een eerste opname van de schade verrichten door een schadeopnemer en een raming van de kosten voor herstel van de schade door een kostencalculator; en
c. wijst de Commissie indien noodzakelijk naar aanleiding van een adviesvraag één of meerdere inspecteurs aan.
2 De Commissie stelt een termijn vast voor de schadeopnemer, kostencalculator en inspecteur om een rapport uit te brengen in het licht van de door de Commissie op te stellen advies, waarbij het onderzoek zal worden verricht op basis van een in de branche gangbare, algemeen erkende beoordelingsmethodiek voor schadevaststelling. De Commissie streeft ernaar dat de eerste opname, kostencalculatie en inspectie zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen drie maanden na de aanwijzing van de schadeopnemer, kostencalculator en inspecteur plaatsvindt. De Commissie kan gemotiveerd van deze termijn afwijken.
3 De Commissie stelt aanvrager in kennis van de aanwijzing van een, schadeopnemer, kostencalculator, inspecteur als bedoeld in het eerste lid.
4 De inspecteur stelt een onderzoek in naar en geeft zijn deskundig oordeel over:
a. de aard en omvang van de gemelde fysieke schade;
b. wat de vermoedelijke oorzaak is of oorzaken van de schade zijn;
c. of naar het oordeel van de inspecteur voldoende aannemelijk is dat de schade is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk;
d. met welke omgevingsfactoren of gebouwkenmerken rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de adviesvraag; en
e. de vraag naar de omvang van de schade, waarbij waar mogelijk inzichtelijk wordt gemaakt voor welk deel van de schade voldoende aannemelijk is dat deze is veroorzaakt door bodembeweging als gevolg van de aanleg of exploitatie van een mijnbouwwerk dan wel dat deze een andere evidente schadeoorzaak heeft.
5 De inspecteur maakt bij zijn onderzoek gebruik van de gegevens van het Informatiecentrum Nazorg Steenkoolwinning.
6 De schadeopnemer, kostencalculator en inspecteur zenden hun rapporten met bevindingen aan de Commissie. Indien de inspecteur over een van de in het vierde lid genoemde onderdelen geen oordeel kan geven, dan geeft hij in zijn rapport aan welk onderdeel dit betreft en om welke reden hij geen oordeel kon geven.
7 De schadeopnemer, kostencalculator en inspecteur werken volgens de werkwijze zoals vastgesteld door de Commissie op basis van artikel 2, zevende lid, van het Instellingsbesluit.
8 Indien de inspecteur binnen de termijn zoals vastgesteld door de Commissie geen rapport kan uitbrengen, deelt de inspecteur dit aan de Commissie mee voor het einde van de termijn en onder opgaaf van reden. De deskundige geeft daarbij een zo kort mogelijke termijn waarbinnen wel kan worden gerapporteerd.
9 Indien het voor het uitbrengen van een rapport noodzakelijk is dat meer of andere inspecteurs worden benoemd om onderzoek te doen, kan de inspecteur de Commissie daarom verzoeken of kan de Commissie uit eigen beweging besluiten om een aanvullend rapport te vragen.
- Regeling
- Instellingsbesluit Commissie Mijnbouwschade
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 17-10-2025
- BWB-id
- BWBR0043624
- Versie
- 2025-10-17_0