Besluit vaststelling bedragen per eenheid uitkering gemeentefonds uitkeringsjaar 2018
Besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de Staatssecretaris van Financiën van 6 april 2020, nr. 2020-0000165029, tot vaststelling van de bedragen per eenheid voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 2018
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 09-06-2020
- Rechtsgebied
- Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
- Ministerie
- Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- BWB-id
- BWBR0043611
- Versie
- 2020-06-09_0
- SHA-256 bron
- 0fbe45def0792ce88063556320b85d3c47b662b1f62830c576782105f853dfcf
Inhoud (3)
Artikel 1
Voor het uitkeringsjaar 2018 worden de bedragen per eenheid voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Financiële-verhoudingswet, vastgesteld overeenkomstig bijlage 1.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.
Bijlage 1 — De bedragen per eenheid voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 2018 (bijlage bij artikel 1)
Bijlage 1 — De bedragen per eenheid voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds voor het uitkeringsjaar 2018 (bijlage bij artikel 1)
Nr. | Verdeelmaatstaf | Bedrag per eenheid in € (tenzij anders aangegeven)
1 | OZB woningen eigenaren | -0,1054%
1a | OZB niet-woningen eigenaren | -0,1562%
1b | OZB niet-woningen gebruikers | -0,1259%
2 | Inwoners | 153,67
3 | Eenouderhuishoudens | 208,50
3a | Eenpersoonshuishoudens | 21,61
4 | Jongeren | 242,65
4a | Extra groei jongeren | 256,36
5 | Ouderen | 79,63
5a | Inwoners 75 tot 85 jaar | 26,25
6a | Inwoners waddengemeenten t/m 2500 | 201,79
6b | Inwoners waddengemeenten 2501 t/m 7500 | 132,44
6c | Inwoners waddengemeenten vanaf 7501 | 33,62
7 | Huishoudens met een laag inkomen | 29,75
7a | Huishoudens met een laag inkomen met drempel | 459,51
7b | Huishoudens | 90,50
8 | Bijstandsontvangers | 2.120,26
8a | Loonkostensubsidie | 1.930,16
11 | Uitkeringsontvangers | 85,71
12 | Minderheden | 320,55
12a | Minderheden met drempel | 325,13
13 | Klantenpotentieel lokaal | 39,20
14 | Klantenpotentieel regionaal | 22,37
15 | Leerlingen VO | 370,50
15a | Leerlingen (V)SO | 230,78
15b | Extra groei leerlingen VO | 220,56
15c | Achterstandsleerlingen met drempel | 2.312,25
16 | Land | 41,17
18 | Land * bodemfactor gemeente | 26,89
19 | Binnenwater | 38,01
20 | Buitenwater | 22,97
21 | Oppervlak bebouwing | 595,42
22 | Oppervlak bebouwing woonkern * bodemfactor woonkern | 3.088,99
22a | Oppervlak bebouwing woonkern | 2.302,40
23 | Oppervlak bebouwing buitengebied * bodemfactor buitengebied | 1.524,77
23a | Oppervlak bebouwing buitengebied | 1.936,54
24 | Woonruimten | 57,54
25 | Woonruimten * bodemfactor woonkern | 50,79
27a | Historische kernen < 40 ha | 3.222,18
27b | Historische kernen 40 – 64 ha | 6.949,33
27c | Historische kernen > 64 ha | 15.101,86
28 | Historische waterweg | 15,58
29 | Bewoonde oorden 1930 | 31,50
30 | Woningen 1930 in bewoonde oorden | 85,74
31 | ISV, onderdeel a | 6.133.771,60
31a | ISV, onderdeel b | 3.764.536,49
32 | Omgevingsadressendichtheid | 71,68
32a | Omgevingsadressendichtheid met drempel | 23,72
34 | Oeverlengte * bodemfactor gemeente | 11,72
35 | Oeverlengte * bodemfactor gemeente * dichtheidsfactor | 5,82
36 | Meerkernigheid | 9.065,28
36a | Grote woonkernen | 55.518,40
37 | Meerkernigheid * bodemfactor buitengebied | 14.875,86
38 | Bedrijven | 76,36
38a | Belastingcapaciteit niet-woningen (in miljoen) | 380,70
39 | Vast bedrag voor iedere gemeente | 237.799,08
40 | Vast bedrag voor Amsterdam | 104.966.340,63
41 | Vast bedrag voor Rotterdam | 64.491.778,38
42 | Vast bedrag voor Den Haag | 51.002.420,84
43 | Vast bedrag voor Utrecht | 30.708.535,84
44 | Vast bedrag Waddengemeenten | 150.164,11
44a | Vast bedrag Baarle-Nassau | 237.799,08