wetzoeker

Regeling politiecellencomplex en registratie ingeslotenen

Regeling van de Minister van Justitie en Veiligheid van 20 mei 2020, nr. 2898424, houdende regels over de inrichting van een politiecellencomplex en de registratie van gegevens van ingeslotenen

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-10-2020
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Justitie en Veiligheid
BWB-id
BWBR0043596
Versie
2020-10-01_0
SHA-256 bron
39e14bf22f4d13b536efc4a5cc9d90f7a085ca56dace26e17a90b815c8a3e98b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (17)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 17

§ 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

cel: een afsluitbare ruimte geschikt voor het dag- en nachtverblijf van een persoon;

ingeslotene: de persoon die rechtens van zijn vrijheid is beroofd, alsmede de persoon die ten behoeve van de hulpverlening aan hem op een politiebureau is ondergebracht;

ophoudkamer: een afsluitbare ruimte geschikt voor het dagverblijf van een persoon;

politiecellencomplex: een in een gebouw te onderscheiden ruimte waarin één of meer gangen met daaraan grenzend één of meer ruimten liggen die door de politie worden gebruikt voor het insluiten van personen;

raam: een voorziening waardoor de cyclus van dag en nacht kan worden waargenomen.

§ 2 — Algemene eisen politiecellencomplex

Artikel 2

1 Het politiecellencomplex is zodanig ingericht dat ingeslotenen geen gelegenheid wordt gegeven tot ontvluchting, vernieling, brandstichting of zelfdoding.

2 Er zijn voldoende maatregelen genomen om:

a. de bedrijfshulpverleningstaken, bedoeld in artikel 15, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet op adequate wijze te vervullen; en

b. de veiligheid van de ingeslotene te waarborgen.

§ 2 — Algemene eisen politiecellencomplex

Artikel 3

Het politiecellencomplex heeft een afgesloten buitenruimte van minimaal 30 m2 waar ingeslotenen kunnen luchten. Een deel van de luchtruimte is voorzien van een overkapping.

§ 2 — Algemene eisen politiecellencomplex

Artikel 4

Het politiecellencomplex bevat een doucheruimte, waarin de temperatuur van het uitstromende water maximaal 40 °C is.

§ 3 — Eisen aan cellen

Artikel 5

1 In de cel bevindt zich een slechts van buitenaf afsluitbare deur waarvan de draairichting is afgekeerd van de cel.

2 Een cel is voorzien van een mogelijkheid om vanuit de celgang de ingeslotene bij gesloten deur te observeren en van maaltijden te voorzien.

§ 3 — Eisen aan cellen

Artikel 6

1 In een wand of het plafond van de cel bevindt zich een beveiligd raam.

2 Een cel is voorzien van een van buitenaf, al dan niet tevens van binnenuit bedienbare verlichting met voldoende lichtsterkte, al dan niet gecombineerd met een van buitenaf bedienbare nachtverlichting.

§ 3 — Eisen aan cellen

Artikel 7

De cel is voorzien van een communicatie-installatie waarmee vanuit de cel te allen tijde contact met een ambtenaar of medewerker van het politiecellencomplex kan worden verkregen.

§ 3 — Eisen aan cellen

Artikel 8

1 De verwarmingscapaciteit is zodanig dat in de cel een temperatuur van 22°C kan worden bereikt.

2 Een cel is voorzien van een ventilatiemogelijkheid waardoor op natuurlijke dan wel mechanische wijze de lucht voldoende kan worden ververst.

§ 3 — Eisen aan cellen

Artikel 9

1 De cel is voorzien van een tafel, een stoel, een bed met een lengte van ten minste 2.10m en een toilet.

2 Het in de cel aanwezige meubilair dient onwrikbaar aan een van de muren of de vloer van de cel bevestigd te zijn.

§ 4 — Gelijkstelling cel aan verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen

Artikel 10

Een verblijfsruimte als bedoeld in de Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen kan dienst doen als cel in een politiecellencomplex indien de verblijfsruimte voldoet aan de eisen, gesteld in de artikelen 5, 6, 7, 8 en 9.

§ 5 — Eisen aan andere ruimten

Artikel 11

1 Een observatiecel voldoet in ieder geval aan de eisen, gesteld in de artikelen 5, 6, 7 en 8, tweede lid.

2 De verwarmingscapaciteit is zodanig dat in een observatiecel een temperatuur van 24°C kan worden bereikt.

3 Een observatiecel is voorzien van een camera waardoor ingeslotene permanent kan worden geobserveerd.

§ 5 — Eisen aan andere ruimten

Artikel 12

1 Een ophoudkamer voldoet in ieder geval aan de eisen gesteld in de artikelen 5, eerste lid, 6, tweede lid, 7 en 8.

2 In de deur van de ophoudkamer is een opening, voorzien van slagvast glas.

§ 6 — Registratie

Artikel 13

De korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012, draagt er zorg voor dat ten aanzien van personen die zijn ingesloten in een politiecellencomplex, onverminderd het bepaalde in de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke marechaussee en andere opsporingsambtenaren, tenminste de volgende gegevens worden geregistreerd:

a. volledige personalia en aliassen;

b. geboortegegevens, nationaliteit en spreektaal;

c. adresgegevens, telefoonnummer en postcode;

d. de reden van insluiten;

e. datum en tijdstip van aanvang en einde van de insluiting;

f. plaats van de insluiting;

g. dieet of voedselbeperking op medische of levensbeschouwelijke gronden;

h. medicijngebruik en verstrekking van medicijnen;

i. de tijdstippen van het verstrekken van maaltijden, het luchten en het douchen of wassen; en

j. het tijdstip van controle tijdens de nachtelijke uren.

§ 7 — Verbod gebruik politiecellencomplex bij niet voldoening eisen

Artikel 14

Een politiecellencomplex of een deel daarvan dat niet voldoet aan de in deze regeling gestelde eisen, wordt niet gebruikt voor het insluiten van personen.

§ 8 — Slotbepalingen

Artikel 15

De Regeling politiecellencomplex wordt ingetrokken.

§ 8 — Slotbepalingen

Artikel 16

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2020.

§ 8 — Slotbepalingen

Artikel 17

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling politiecellencomplex en registratie ingeslotenen.