wetzoeker

Artikel 3 Mandaatregeling onroerende zaken Ministerie van Buitenlandse Zaken buiten Nederland

Aan de secretaris-generaal wordt mandaat verleend om:

a. buiten Nederland gelegen onroerende zaken van de Staat der Nederlanden of delen daarvan, welke in materieelbeheer zijn bij de Minister van Buitenlandse Zaken, namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties tijdelijk aan derden in gebruik te geven;

b. buiten Nederland gelegen onroerende zaken van de Staat der Nederlanden, welke door de Minister van Buitenlandse Zaken overtollig zijn gesteld, namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te vervreemden;

c. met betrekking tot buiten Nederland gelegen onroerende zaken van de Staat der Nederlanden, namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties feitelijke handelingen te verrichten die samenhangen met de tijdelijke ingebruikgeving van die onroerende zaken;

d. met betrekking tot buiten Nederland gelegen onroerende zaken van de Staat der Nederlanden, welke door de Minister van Buitenlandse Zaken overtollig zijn gesteld, namens de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties feitelijke handelingen te verrichten die samenhangen met de vervreemding van die onroerende zaken.

Regeling
Mandaatregeling onroerende zaken Ministerie van Buitenlandse Zaken buiten Nederland
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
25-04-2020
BWB-id
BWBR0043426
Versie
2020-04-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl