wetzoeker

2.2.1 — Meerdere toestanden Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020

Meerdere toestanden

Eis nr. | Beschrijving

1.1 | In de bediendecabine moet de treinsnelheid worden getoond. De weergegeven actuele treinsnelheid mag niet meer dan 3 km/uur afwijken van de bewaakte snelheid.

Transitie | Beschrijving

1.2 | Als de ATB-functie wordt uitgeschakeld m.b.v. het bedieningsmiddel ‘ATB uit’ als bedoeld in paragraaf 2.8 dan wordt overgegaan naar de toestand ‘uitgeschakeld’. Dit mag alleen mogelijk zijn bij stilstand. Het buiten bedrijf zetten van de ATB met het bedieningsmiddel ‘ATB uit’ moet ook na inschakelen nog herkenbaar zijn voor onderhoudspersoneel. Dit kan onder meer worden gerealiseerd door af te dwingen dat een zegel wordt verbroken of digitale registratie. Voor de machinist moet herkenbaar zijn dat geen ATB beschikbaar is. Dit kan onder meer worden gerealiseerd door het tonen van een (rode) lamp of een melding op een display, zoals het diagnosedisplay of het ETCS-display.

1.3 | Als in de trein geen cabine is bediend, dan moet worden overgegaan naar de toestand ‘stand-by’. Deze eis is geldig in de toestanden CONST, REM en BD. Het voorkomen van rijden en rollen, indien de trein niet of niet op juiste wijze wordt bediend, is geen ATBEG- functie. Rijdend wegnemen van de cabine selectie moet leiden tot een veilige toestand. Dit is echter geen ATB-functie.

Regeling
Regeling indienststelling spoorvoertuigen 2020
Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0043393
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl