wetzoeker

4.1 — Algemeen vervolgingsbeleid bij luchtvaartvoorvallen Aanwijzing opsporing en vervolging bij voorvallen in de burgerluchtvaart

Algemeen vervolgingsbeleid bij luchtvaartvoorvallen

In beginsel wordt alleen vervolging ingesteld bij ongevallen, ernstige incidenten (bijna-ongevallen), ernstige gevaarzetting en stelselmatige overtredingen, wanneer deze zijn veroorzaakt door opzet of grove nalatigheid.

7 Dat laat onverlet dat ten aanzien van zaken waarbij uiteindelijk geen (verdere) vervolging wordt ingesteld wegens gebrek aan bewijs voor opzet of grove nalatigheid, tijdens het aan de vervolgingsbeslissing voorafgaande opsporingsonderzoek nog wel een verdenking voor opzet of grove nalatigheid kon bestaan.

Voor niet-stelselmatige overtredingen kan met inachtneming van de Richtlijn voor strafvordering luchtvaartwetgeving een transactie worden aangeboden.

8 Een transactie kan ook worden aangeboden voor een niet in de richtlijn opgenomen overtreding. In dat geval wordt voor bepaling van de hoogte van de transactie aansluiting gezocht bij een of meer in ernst vergelijkbare overtredingen die wel in de richtlijn zijn opgenomen.

Wanneer niet wordt voldaan aan de aan deze transactie gestelde voorwaarde – betaling van een transactiebedrag om vervolging te voorkomen – kan alsnog worden overgegaan tot strafvervolging ter zake van deze strafbare feiten die onopzettelijk of uit onachtzaamheid zijn begaan. Dit speelt in de praktijk alleen in de kleine luchtvaart (recreatieve luchtvaart en kleine commerciële verkeersluchtvaart), niet in de grote commerciële luchtvaart.

9 Dit gold al ten tijde van de vervallen Aanwijzing, zoals ook minister Hirsch Ballin in 2010 aan de Kamer heeft uitgelegd (Kamerstukken I 2009/10, 29 977, nr. J., p. 5).

Regeling
Aanwijzing opsporing en vervolging bij voorvallen in de burgerluchtvaart
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2020
BWB-id
BWBR0043156
Versie
2020-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl