wetzoeker

3.1 — Samenwerkingsafspraken Aanwijzing opsporing en vervolging bij voorvallen in de burgerluchtvaart

Samenwerkingsafspraken

Gelet op art. 15 en 16 van de verordening zijn met de ILT afspraken gemaakt met het oog op een juist evenwicht tussen de behoefte aan een goede rechtsbedeling enerzijds en de noodzakelijke permanente beschikbaarheid van veiligheidsinformatie anderzijds.

5 Art. 15 lid 2 schrijft voor dat lidstaten informatie over voorvallen niet ter beschikking stellen of gebruiken om ‘schuld of aansprakelijkheid vast te stellen’, noch ‘voor een ander doel dan het in stand houden of verbeteren van de veiligheid van de luchtvaart’. De in art. 16 lid 10 omschreven gevallen van opzet of grove nalatigheid vormen daarop een uitzondering. Gelet daarop zijn – overeenkomstig art. 15 lid 4 – samenwerkingsafspraken gemaakt.

Die afspraken zien op de doorgifte van informatie uit voorvalmeldingen. Kort gezegd komt het erop neer dat het ABL voorvalmeldingen waaruit een vermoeden van opzet of grove nalatigheid kan worden afgeleid, aan het OM doorgeeft en dat ten behoeve van de toepassing van de selectiecriteria regelmatig een afstemmingsoverleg plaatsvindt tussen het ABL en de landelijk coördinerend officier van justitie voor de luchtvaart. De doorgifte van een melding door het ABL aan het OM geldt als een advies ten aanzien van het vermoeden van opzet of grove nalatigheid.

Met deze regeling wordt een uitzondering gemaakt op de verplichting voor ambtenaren om desgevraagd aan de officier van justitie alle inlichtingen te verschaffen omtrent strafbare feiten met de opsporing waarvan zij niet zijn belast maar die in de uitoefening van hun bediening te hunner kennis zijn gekomen (art. 162 lid 2 Sv).

Regeling
Aanwijzing opsporing en vervolging bij voorvallen in de burgerluchtvaart
Soort
Beleidsregel
Geldend vanaf
01-03-2020
BWB-id
BWBR0043156
Versie
2020-03-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl