5.9 — Jagen/beheer en bestrijding van schade Circulaire wapens en munitie 2019
Jagen/beheer en bestrijding van schade
In de Wet Natuurbescherming is geregeld onder welke stringente voorwaarden iemand in aanmerking kan komen voor de verlening van een jachtakte. Tussen het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en het Ministerie van Justitie en Veiligheid is afgesproken om in beginsel geen afwijking meer toe te staan op de algemene regel dat een ieder die met een geweer wil jagen, dan wel zich wil bezig houden met beheer en bestrijding van schade, in het bezit dient te zijn van een geldige jachtakte. Op grond van de Wet Natuurbescherming bestaat echter de mogelijkheid dat Gedeputeerde staten op grond van artikel 68 van deze wet een ontheffing van artikel 7, tweede lid, van het Besluit beheer en schadebestrijding verlenen. In de laatstgenoemde bepaling wordt gesteld dat voor het gebruik van een geweer te bestrijding van schade door dieren een geldige jachtakte is vereist. Gedeputeerde staten bepalen binnen de toetsingscriteria van de wet of een dergelijk ontheffing noodzakelijk is. In praktijk zal hiertoe slechts bij hoge uitzondering besloten worden. Indien door Gedeputeerde staten een dergelijke ontheffing wordt verleend dan levert dit een redelijk belang op voor de verlening van een verlof.
Jagen in het buitenland
De houder van een geldige jachtakte mag zijn geweren tevens gebruiken voor het uitoefenen van de jacht in het buitenland
47 Zie ook artikel 39 van de Regeling wapens en munitie voor de vrijstelling met betrekking tot het tijdelijk doen uitgaan of binnenkomen, alsmede vervoeren van jachtgeweren ter beoefening van de jacht.
. Gelet op het belang van het beheersen van het legale bezit van wapens en de onmogelijkheid van de politie om de jacht in het buitenland te controleren, levert de uitoefening van de jacht in het buitenland in principe geen redelijk belang op voor de verlening van een verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens. In het licht van de Europese eenwording heeft de Minister van Justitie en Veiligheid – na afstemming met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit – besloten om de jacht binnen de Europese Unie wél aan te merken als een redelijk belang voor de verlening van een verlof.
Voor de verlening van een verlof ten behoeve van de jacht elders in de Europese Unie dient de aanvrager te voldoen aan de volgende voorwaarden:
a. de leeftijd van de aanvrager is tenminste 18 jaar;
b. ten aanzien van de aanvrager mag geen ‘vrees voor misbruik’ bestaan (zie B 1.);
c. de aanvrager dient met gunstig gevolg een erkend jachtexamen te hebben afgelegd zoals bedoeld in de Wet Natuurbescherming;
d. de aanvrager dient aan te tonen dat hij elders in de Europese Unie gerechtigd is om, met het wapen waarvoor hij een verlof aanvraagt, te jagen. De aanvrager kan dit aantonen door het overleggen van een geldige jachtakte van één van de lidstaten van de Europese Unie;
e. door de verlening van het verlof c.q. bijschrijving op de jachtakte wordt het maximum aantal wapens zoals genoemd in artikel 43 van de RWM niet overschreden. Door het uitoefenen van de jacht in het buitenland kan niet worden aangetoond dat het ‘onontbeerlijk’
48 Zoals bedoeld in artikel 43, derde lid, van de Regeling wapens en munitie.
is om van dit maximum af te wijken.
Indien de aanvrager reeds in het bezit is van een geldige Nederlandse jachtakte dan dient het wapen te worden bijgeschreven op de jachtakte. Indien de aanvrager niet beschikt over een geldige Nederlandse jachtakte dan kan het wapen worden bijgeschreven op een verlof tot het voorhanden hebben.
Loodhagel & Zinkhagel
Een ieder – aan wie een verlof of jachtakte is verleend voor het voorhanden hebben van een hagelgeweer en de bijbehorende (categorie III) munitie – mag op grond van deze vergunning (zonder extra aantekening) lood- en zinkhagelmunitie voorhanden hebben (bijvoorbeeld ter uitoefening van de jacht of de beoefening van de schietsport in het buitenland).
Op deze hoofdregel zijn echter twee belangrijke beperkingen van toepassing, namelijk:
1. Het gebruik van lood- en zinkhagel is – op grond van het Besluit kleiduivenschieten Wet milieugevaarlijke stoffen
49 Besluit van 19 mei 2004, houdende regels inzake het beperken van de milieugevolgen van het kleiduivenschieten, Staatsblad 2004, 237.
– bij het schieten op kleiduiven in Nederland niet toegestaan. Ook het voorhanden hebben van deze patronen tijdens het schieten op kleiduiven is verboden
50 Uitzondering op dit verbod is door de toenmalige Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM), na overleg met de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), gemaakt voor aangewezen topsporters en gebruikers van geweren die zijn vervaardigd voor 1 januari 1890 en geweren die voor wat betreft model, materiaal en systeem identiek zijn aan geweren die vervaardigd zijn voor 1 januari 1890 (replica’s). Uitsluitend op deze personen is het verbod tot en met 31 december 2008 niet van toepassing.
Het opzettelijk in strijd handelen met het Besluit kleiduivenschieten Wms is op grond van artikel 1a juncto artikel 2 van de Wet op de Economische Delicten (WED) aangemerkt als een ‘misdrijf’ en kan derhalve leiden tot intrekking van het verlof of de jachtakte;
2. Het voorhanden hebben en het gebruik van loodhagel is, op grond van de Wet Natuurbescherming, niet toegestaan bij de uitoefening van de jacht of bij beheer- en/of schadebestrijding.
- Regeling
- Circulaire wapens en munitie 2019
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 01-02-2020
- BWB-id
- BWBR0043120
- Versie
- 2020-02-01_0