wetzoeker

5.8 — Doden van gekweekt grofwild Circulaire wapens en munitie 2019

Doden van gekweekt grofwild

Het houden van dam- of edelherten voor de vleesproductie is in Nederland een steeds vaker voorkomend verschijnsel. Het doden van deze dieren middels de gebruikelijke methoden (schietmasker) is onwenselijk vanwege het feit dat er eerst een zekere manipulatie van het dier door de mens moet plaatsvinden om het dier in de voor die dodingsmethode vereiste positie te brengen. Een dergelijke manipulatie veroorzaakt bij dit soort niet gedomesticeerde dieren een ongewenste opwinding (stress) met negatieve gevolgen voor de kwaliteit van het vlees. Het doden middels een kogel door een daartoe bevoegd persoon heeft dan ook de voorkeur van de fokkers van deze dieren.

Het op verzoek van de fokker doden van deze dieren kan dan ook een redelijk belang opleveren voor de verlening van een verlof tot het voorhanden hebben van een kogelgeweer. Een algemene voorwaarde voor de verlening van een dergelijk verlof is dat de aanvrager in het bezit moet zijn van een geldige jachtakte. Middels het overleggen van een geldige jachtakte toont de aanvrager aan dat hij geoefend is in het doden van dieren met gebruikmaking van een kogelgeweer. Bovendien wordt door het hanteren van deze voorwaarde onnodige uitbreiding van het wapenbezit veelal voorkomen.

Aan een dergelijk verlof dienen de volgende beperkingen te worden verbonden:

1. De bevoegdheid tot het doden van dieren geldt alleen voor als productiedieren gekweekt grofwild zoals bedoeld in artikel 13 van het Besluit doden van dieren (Stb. 1997, 235);

2. Het doden van het gekweekte grofwild vindt plaats op het terrein waar deze dieren worden gehouden;

3. Het wapen mag worden vervoerd van en naar die plaatsen waar het gekweekte desbetreffende grofwild wordt gehouden;

4. Het doden van gekweekt grofwild met behulp van een geweer mag alleen plaatsvinden tussen zonsopgang en zonsondergang;

5. Het gekweekt grofwild mag slechts worden gedood indien het geweer en de munitie voldoen aan de eisen zoals gesteld in artikel 10 en 11 van het Besluit beheer en schadebestrijding

46 Besluit van 28 november 2000, Stb. 521, gewijzigd bij besluit van 23 oktober 2001, Stb. 499

;

6. Bij het doden van gekweekt grofwild mag geen gebruik worden gemaakt van militaire kogelpatronen, met inbegrip van fosfor- of lichtspoorpatronen, noch van volmantel-kogelpatronen of kogels die niet vervormen bij het treffen van het dier;

7. Bij het doden van het gekweekt grofwild mag de afstand tussen dier en schutter ten hoogste 25 meter bedragen;

8. De houder van het verlof dient er zorg voor te dragen dat zijn burgerrechtelijke aansprakelijkheid, voor schade waartoe het verrichten van die handelingen met gebruikmaking van een geweer aanleiding kan geven, door een verzekering is gedekt.

Regeling
Circulaire wapens en munitie 2019
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-02-2020
BWB-id
BWBR0043120
Versie
2020-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl