2.9.1 — Regels ten aanzien van de airsoft sportvereniging Circulaire wapens en munitie 2019
Regels ten aanzien van de airsoft sportvereniging
Onder een airsoft sportvereniging wordt verstaan: de vereniging die blijkens de in een notariële akte opgenomen statuten tot doel heeft haar leden in de gelegenheid te stellen om sportactiviteiten met behulp van een of meer airsoftapparaten te beoefenen (artikel 1, eerste lid, aanhef en onder h en i, RWM). Alleen leden van de op grond van artikel 17a, eerste lid, RWM aangewezen vereniging(en) komen in aanmerking voor de in dit lid genoemde vrijstelling.
Een vereniging kan door het Ministerie van Justitie en Veiligheid aangewezen worden indien voldaan is aan de volgende, niet limitatieve, randvoorwaarden:
1. Er moet sprake zijn van een redelijk belang tot het erkennen van een vereniging. Het redelijk belang kan er uit bestaan dat de aan te wijzen vereniging de enige is die zich toelegt op de airsoft sport of een specifiek aspect van de airsoft sport.
2. Van belang is dat de vereniging en haar bestuur betrouwbaar zijn. De vereniging moet zich ook ten doel stellen om de betrouwbaarheid van airsoft sportbeoefenaren te bevorderen. Uit bijvoorbeeld statuten of huisregels van de vereniging moet blijken dat bestuursleden en leden getoetst worden aan dit criterium. Naast de verplichting voor bezitters van airsoft apparaten tot het overleggen van een VOG, verlof, jachtakte of erkenning (zie hieronder), kan gedacht worden aan het instellen van een ballotagecommissie en de beëindiging van het lidmaatschap bij gebleken twijfel aan betrouwbaarheid. Afhankelijk van de situatie kunnen meer eisen van dergelijke strekking worden gesteld, alvorens een vereniging in aanmerking komt voor een aanwijzing door de Minister. Teneinde deze afspraken vast te leggen, kan er bijvoorbeeld voor gekozen worden met de vereniging een convenant te sluiten.
3. De verenigingsstatuten bevatten in ieder geval de volgende bepalingen:
a) een bepaling die de term airsoft sport omschrijft;
b) een bepaling die de minimumleeftijd voor bestuursleden leden en introducés op ten minste 18 jaar stelt;
c) een bepaling die bepaalt dat ten aanzien van het bestuurslid en lid geen ‘vrees voor misbruik’ mag bestaan (zie B 1.);
d) een bepaling die stelt dat bestuursleden en aspirant-leden een verklaring omtrent gedrag, verlof, jachtakte of erkenning overleggen;
e) een bepaling voor introducés die ten minste stelt dat bedoelde personen maximaal zes keer per jaar als introducé aan evenementen mogen deelnemen en verder bepaalt dat de introducé steeds in het gezelschap is van een volwaardig lid;
f) een bepaling die leden verplicht de vereniging eenmaal per jaar een stuk te overleggen waaruit blijkt welke activiteiten het lid in het voorgaande jaar heeft ontplooid met betrekking tot de airsoft sport. In de bepaling wordt voorts opgenomen dat op basis van bedoeld stuk het bestuur van de vereniging beoordeelt of het lid nog steeds kan worden beschouwd als een actief en serieus airsoft sportbeoefenaar;
g) een bepaling die eisen ten aanzien van de leden stelt voor plaatsen waar airsoft apparaten zowel bij het lid thuis, als ook elders opgeborgen dienen te worden. Uitgangspunt van de bepaling is dat de bergplaats(en) voor airsoft apparaten voldoende garanties biedt/bieden om te voorkomen dat airsoft apparaten, behoudens in huis uit (inpandig) te voeren test-, (oefen-) en onderhoudsmomenten, terstond voor bedreiging en afdreiging aangewend kunnen worden;
4. De vereniging dient haar leden de faciliteiten te bieden om de airsoft sport serieus te beoefenen.
Hiertoe kan de vereniging wedstrijden/evenementen en overige relevante bijeenkomsten te organiseren.
5. De vereniging is verantwoordelijk voor het afgeven van introducé-bewijzen, waaruit blijkt dat bedoelde persoon conform de reglementen van de vereniging, erkend wordt als introducé. Voorts dient de vereniging een introducéregister bij te houden dat ten minste zeven jaar bewaard wordt.
6. De vereniging moet representatief zijn voor haar leden en dient zich in de openbaarheid te presenteren als belangenvereniging. Bij het oordeel over de vraag hoe representatief een verenging is, kunnen verschillende aspecten een rol spelen. Hierbij kan worden gedacht aan het aantal leden van de vereniging, de exclusiviteit en specialiteit van een vereniging, de aanwezige gebundelde kennis in een vereniging, de manier waarop de belangen van de achterban worden aangekaart in de politiek en bij de beleidsmakers, de wijze waarop de belangen van de vereniging worden behartigd, enzovoorts.
Indien de situatie ontstaat waarin een nieuwe vereniging aangewezen zou kunnen worden, wordt aan de hand van de WWM, RWM en deze beleidsregels beoordeeld of het een vereniging betreft die voor aanwijzing in aanmerking komt. Aan de hand van deze beoordeling en nader te maken afspraken met de aan te wijzen vereniging (bijvoorbeeld door middel van een convenant), kan uiteindelijk tot erkenning van de vereniging worden overgegaan.
De vereniging kan de status van aangewezen vereniging verliezen als ze aantoonbaar handelt in strijd met onder meer het convenant, de voorwaarden waaronder de aanwijzing heeft plaatsgevonden, of indien er zich in een situatie als omschreven artikel 7, tweede lid, van de WWM voordoet. Ook kan de vereniging de status van aangewezen vereniging verliezen indien de vereniging ophoudt te bestaan, dan wel in een andere rechtspersoon overvloeit of gedurende een tijdsbestek van meer dan een jaar geen leden met een verlof of een ontheffing meer heeft.
- Regeling
- Circulaire wapens en munitie 2019
- Soort
- Circulaire
- Geldend vanaf
- 01-02-2020
- BWB-id
- BWBR0043120
- Versie
- 2020-02-01_0