wetzoeker

2.8.2 — Herintredende verlofhouders Circulaire wapens en munitie 2019

Herintredende verlofhouders

Er kan zich de situatie voordoen, dat een voormalige verlofhouder, die in het verleden in het bezit was van een verlof, gedurende een aantal jaren, niet in het bezit was van een verlof. Aangenomen moet worden dat deze voormalige verlofhouders in het verleden hebben aangetoond dat aan hen het voorhanden hebben van vuurwapens kon worden toevertrouwd. Dit is voor de politie echter niet meer na te gaan voor verloven afgegeven vóór 2006, toen het Veronasysteem is ingevoerd. Dit betekent dat door aanvragers van een verlof geen beroep kan worden gedaan op eventuele rechten die dateren van vóór de invoering van Verona in 2006.

Indien een voormalige verlofhouder een aanvraag indient voor een nieuw verlof, kan deze verzoeken te bezien of een verlof kan worden verleend voor een ander vuurwapen dan normaal gesproken voor een nieuwe aanvrager zou gelden Deze overgangsmaatregel beoogt om de herintredende verlofhouder in de gelegenheid te stellen om zijn ‘oude’ schietsportdiscipline te beoefenen. Hierbij gelden nog de volgende uitgangspunten:

• Voor de aanvrager geldt de bewijslast om het bestaan van de oude rechten aan te tonen.

• Het bestuur van de schietvereniging dient, evenals reguliere aanvragen, zich er van te overtuigen dat de aanvrager beschikt over voldoende vaardigheid in de veilige omgang met vuurwapens en geeft daarover advies aan de korpschef.

• Vrijgestelde wapens tellen niet mee voor het aantal toegestane wapens op een verlof.

• Het beroep op de oude rechten moet toetsbaar zijn voor de korpschef.

• Voor het doen van een beroep op oude rechten, moet de aanvrager voldoen aan het vereiste dat hij minimaal 1 jaar lid is van een schietsportvereniging en minimaal 18 schietbeurten in de afgelopen twaalf maanden bij een door de KNSA gecertificeerde schietsportvereniging of door de KNTS gecertificeerde vereniging hebben verricht.

• Het verlof kan voor het eerste jaar slechts geldig zijn voor één vuurwapen, zij het dat daar geen beperkingen aan gesteld worden, zoals dit wel geldt voor de reguliere nieuwe aanvragers.

• Het beroep op oude rechten kan niet gedaan worden in die gevallen waarin het voormalige verlof werd ingetrokken door de korpschef, voor een van de intrekkingsgronden zoals genoemd in artikel 7, tweede lid, van de Wet wapens en munitie of een eerdere tussentijdse aanvraag voor een verlof werd geweigerd door de korpschef op basis van artikel 7, eerste lid van de Wet wapens en munitie.

Regeling
Circulaire wapens en munitie 2019
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-02-2020
BWB-id
BWBR0043120
Versie
2020-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl