wetzoeker

1.4.4.3 — Verlof tot dragen van wapens en munitie Circulaire wapens en munitie 2019

Verlof tot dragen van wapens en munitie

Op grond van artikel 27, eerste lid, van de WWM is het verboden om een wapen van de categorieën II, III en IV te dragen. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat dit verbod niet van toepassing is op personen die:

a. houder zijn van een verlof als bedoeld in artikel 29, voor zover dit verlof reikt; of

b. op grond van artikel 26, tweede lid, voor de jacht

8 Lees: ‘jacht en beheer en schadebestrijding’, dit artikel is in tegenstelling tot artikel 26 van de WWM nog niet aangepast aan de terminologie van de Wet natuurbeschermjng waarin onderscheid wordt gemaakt tussen ‘jacht’ en ‘beheer en schadebestrijding’.

bestemde wapens voorhanden mogen hebben, voor wat betreft het terrein waar zij tot de jacht gerechtigd zijn.

In het derde en vierde lid van artikel 27 is tenslotte bepaald dat de minister bij regeling vrijstelling kan verlenen van het verbod van het eerste lid voor optochten, studenten-weerbaarheidsverenigingen (categorieën III en IV), ceremoniële wapens, kermissen en sportbeoefening (categorie IV). De minister heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en heeft in de paragrafen 12 en 13 van de RWM een aantal vrijstellingen opgenomen voor het dragen van wapens van de categorie III of IV.

In artikel 29 van de WWM is bepaald dat de korpschef kan bepalen dat – indien een redelijk belang dit vordert – het verlof tot het voorhanden hebben van een wapen van categorie III tevens betrekking heeft op het dragen van dit wapen.

Een redelijk belang voor het dragen van een wapen zal echter niet gauw aanwezig zijn. In uitzonderlijke gevallen kan bijvoorbeeld een draagverlof worden verleend ten behoeve van zelfverdediging (zie de voorwaarden in onderdeel B 6).

Regeling
Circulaire wapens en munitie 2019
Soort
Circulaire
Geldend vanaf
01-02-2020
BWB-id
BWBR0043120
Versie
2020-02-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl